Stedendriehoek

Sepia

‘Heb je gezien hoe ongelooflijk veel wc’s er staan? Veel meer dan anders!’
‘Is dit jaar een jubileum ofzo? De tent op de Zaadmarkt lijkt wel een paleis.’

‘Met wie ga jij?’

Op de een of andere manier werd ik de dagen voorafgaand aan de Zutphense Bokbierdag, de zesentwintigste alweer, voortdurend aangesproken op het festijn. Nou houd ik best van bokbier, en een gezellige drukte op zijn tijd vind ik prettig, maar dit jaar was het me te veel. Dus nam ik me voor om de stad uit te zijn.

Zaterdagavond maakten dochter en ik nog een rondje door de stad, om te kijken hoe het ervoor stond. Grote podia waren in elkaar geschroefd, de hagelwitte puntdakjes die ik herkende van het chocoladefestival zagen er weer uit als nieuw, en, inderdaad, op de Zaadmarkt was een uit de kluiten gewassen tent verrezen, knus ingericht met meubels en een bar. ‘Ik zie wel twintig kamerplanten,’ riep dochter verbaasd, toen ze door de plastic ruiten gluurde. ‘Volgens mij is dit de vip-tent,’ reageerde een voorbij wandelende meneer. ‘Die mogen in het groen zitten.’

Ik baalde een beetje, want ik zag mijn plan de mist in gaan. Het is misschien wat overdreven, maar ik voelde me verplicht om poolshoogte te gaan nemen in die tent, anders zou ik er immers niet over kunnen schrijven. Daar ging mijn dagje lezen in de natuur.
De volgende ochtend, bokbierochtend, stonden hond en ik te snuffelen bij de ingang. Grote fusten werden aangesloten. Stemmen riepen naar elkaar wat er nog moest gebeuren. Verderop klonk de soundcheck vanaf een podium.

Teruglopend naar huis moest ik aan Fred Senator denken, de sleutelbewaarder van de Zutphense synagoge aan de Dieserstraat. Hij overleed twee jaar geleden. Toen ik een boek voorbereidde over het leven van hem en zijn vrouw, ging ik elke week een paar uur bij ze langs, in Eefde, om hun herinneringen te beluisteren en aantekeningen te maken. Hij vertelde over de bokbierdagen in Amsterdam, met paard en wagens, begin jaren ’40. Een klein jongetje was hij toen. Hij schetste een romantisch beeld dat alleen in sepia leek te bestaan, het had in elk geval weinig te maken met hoe ik de bokbierdagen in onze stad kende. Alleen de ouderwetse openingsoptocht refereerde daar nog aan. Die is dit jaar wegens bezuinigingen geschrapt.

Als stadsdichter noteerde ik destijds mijn bokbiergevoel in een versje. Dat doe ik nu opnieuw. En ik heb mezelf beloofd dat ik volgend weekend de natuur weer in mag. Voor een boekbierdag.

Bokbierdag 2023

Het pikt aan onze zolen

op de ochtend na het feest.
Waar zou al dat bokkig bier

na afloop zijn geweest?

In de IJssel, in de Berkel,

op de hoeken van trottoirs?
Of verdwenen al die liters
netjes in de urinoirs?