Stedendriehoek

Goed bekeken – Lawaai

Er klinkt gebrom in onze buurt. Onafgebroken, indringend gebrom. Al weken. Toen ik mijn dochter erop wees, tijdens het eten, dat we niet de oven hoorden, maar het buurtgebrom, reageerde ze verontwaardigd. Had dat nou niet gezegd

Column Eke Mannink

Iets voor je column?’ suggereerde iemand. Ik twijfelde. De meeste lezers van deze woorden weten immers niet waarover ik het heb.
Het betreft een brom die voortkomt uit een reusachtige containerachtige die sinds half maart schuin voor de H&M staat. Een vreemd lichaam dat plots onderdeel vormt van het winkel- en woonhuisdecor. Twee schoorsteenpijpen steken eruit omhoog. En het blijft maar brommen.
Goed ik twijfelde dus.
Tot ik mevrouw Worst ontmoette. Eerst stond ze op mijn voicemail. ‘Marina Worst hier. Ik heb van alles uitgezocht over het stroomaggregaat dat op de Schupstoel staat. Bel je terug? Misschien kunnen we iets voor elkaar betekenen.’
Zo gevraagd zo gedaan.
Marina kan meteen iets onverwacht praktisch voor mij betekenen: zoonlief is pannenkoeken aan het bakken en we ontdekken dat de poedersuiker op is. Ik zou net gaan buurten om meer over de brom te weten te komen. Daarom belandt de poedersuiker uit huize Worst even later tijdelijk op onze tafel.
Maar hoe zit het met die lawaaimachine? De Schupstoelbewoonster – ‘al dertig jaar héérlijk wonen hier’ – kan dat haarfijn uitleggen. ‘We hebben als buurtbewoners allemaal een brief ontvangen over mogelijke overlast vertelt ze. Liander is bezig met de elektriciteitskabels op het Bornhof en daarom zou er een paar uur geen stroom zijn. Maar dat er hier zo’n heel gevaarte opgebouwd zou worden dat wist niemand. Ik had er totaal geen erg in. Wel ging het raar ruiken in huis. Zo’n vreemde onbestemde lucht. Geen knoflook of maaltijden maar iets ondefinieerbaars.’ Marina was een paar dagen later op bezoek bij vrienden aan de markt toen ze zich realiseerde hoe heerlijk rustig het daar was. ‘Ik had opeens een hekel aan mijn eigen huis. Toen ik terugkwam drong de herrie pas tot me door vertelt ze geestdriftig met haar hand op de keukentafel kloppend. Dan wijst ze naar het plafond. Mijn moeder van vierentachtig zegt ze. Die woont hierboven. Ze slaapt in de woonkamer om het geluid niet te horen en de stank niet te ruiken.’
In Marina huist een actievoerder. Ze is de boel gaan inventariseren. ‘Ik heb geen baan dus ik heb tijd gaat ze verder. Al snel kwam ik erachter dat veel mensen bij de gemeente hadden geklaagd. Inmiddels heb ik aan tafel gezeten met zowel Liander als de gemeente.’
Is daar iets uitgekomen?
‘Ja aldus Marina. De negen meest gedupeerden hebben een kleine let wel: kleine financiële tegemoetkoming gekregen en kunnen een paar nachten buitenshuis doorbrengen. Verder hebben we de verzekering van een uiterste datum waarop ze dat lawaaiding weer weghalen.’
‘En’ vraag ik ‘wanneer is dat?’
‘Op 1 april antwoordt ze.
Aha. Ik zeg niets meer.
Behalve dat er in de voortuin van de Liander-directeur een Ufo gaat landen.
Precies op die datum.

 

Eke Mannink is schrijver & voormalig stadsdichter van Zutphen. Vanuit het hart van de stad houdt ze wat ze ziet poëtisch tegen het licht. Want als je goed kijkt, zie je méér.
Iedere week weer.