Columns

Wat weet ik nou helemaal?

Wat weet ik nu eigenlijk echt van deze stad, bedacht ik nadat ik een toeristenstel had geholpen. Ze hadden de tot bijna tegen de Welle klotsende en eindeloos uitgedijde IJssel, een roofdier dat geduldig ligt te wachten op het juiste moment om de stad, slechts beschermd door een armetierig rijtje zandzakken, met een allesbeslissende aanval over te nemen, uitgebreid staan te bewonderen. Of dat meende ik dan toch aan hun gedrag af te lezen. Ik had de zuiderburen de weg naar de Brink gewezen met een paar weidse armgebaren en bijbehorende korte loopinstructies. Alsof ik het stratenplan zelf had ontworpen.
Ik bedoel, ik loop hier nu ruim 20 jaar rond en kan blindelings mijn weg vinden in de binnenstad, weet van spannende, donkere steegjes en bescheiden buurtkroegjes waar de doorsnee toerist onwetend aan voorbij stiefelt. Terwijl ik mijn rug naar de IJssel keerde, keek ik het Vlaamse stel van middelbare leeftijd na dat, elkaars hand vasthoudend, blindelings mijn instructies opvolgend om de hoek van de Nieuwe Markt naar het Grote Kerkhof verdween. Iets wat je trouwens nooit moet doen, een roofdier je rug toekeren.
Had ik de geachte bezoekers niet meteen maar even moeten wijzen op het bestaan van pareltjes als het Geert Grote Huis, het Penninckshuis of de Muntentoren? Of moesten ze daar zelf maar achter komen? Je kunt niet van toeristen verlangen binnen een paar dagen alles te zien en te weten. In voorkomende gevallen moeten ze kunnen vertrouwen op de bereidwilligheid van inwoners om ze tijdig bij te sturen. Het kostte mij destijds best wat tijd om deze stad, of beter de mensen die haar bevolken, wat beter te leren kennen, behept als ik ben met westerse, directe omgangsvormen die niet iedereen hier in het oosten direct gecharmeerd omarmde.
Ik dacht aan de stadsrondleiding die we organiseerden voor vrienden en bekenden toen we hier pas naartoe waren verhuisd. De enthousiaste gids vertelde van alles wat ik toen nog niet wist. Inmiddels weet ik het ook wel zo’n beetje, leid ik soms ook vrienden door de Deventer binnenstad. Die buitenkant, die ken ik nu dus wel, maar hoe zit het eigenlijk met de binnenkant?