Stedendriehoek

Kloon

Hoogleraar Jan Rotmans laat Artificiële Intelligentie – AI voor intimi – zijn evenbeeld bouwen. Ik lees dit terwijl ik in de vensterbank zit, in de vroege ochtendzon, in Duras. Het Zuid-Franse stadje dat beroemd werd, omdat de schrijver Marguerite Duras – geboren Donnadieu – die naam aannam om het te eren. Ze is in de buurt opgegroeid, haar vader kwam ervandaan.

Waarom zou je jezelf in robotvorm willen laten voortleven? Ik pieker erover terwijl ik mistdeeltjes in het zonlicht zie oplossen. Sinds 2024 weet Rotmans dat hij ongeneeslijk ziek is. Dat is erg genoeg. Maar om dan te gaan werken aan een kloonversie van jezelf… hoe kom je op het idee? Het fascineert en beangstigt me tegelijkertijd. De angst is overigens groter dan de fascinatie.

“Vorige week is alles van mij vastgelegd”, zegt Rotmans tegen de NOS. “Geluid, beeld, stem en mimiek. In de komende maanden wordt een serieus lijkende versie gemaakt.”
Voor het einde van het jaar moet de eerste versie online beschikbaar zijn, gaat het artikel verder. Later moet er ook een hologram komen, dat over een podium kan lopen. Rotmans: “Op die manier kan ik toch op plekken zijn waar ik niet meer ben.”

Ik moet het even laten bezinken. We zijn in Duras, op de terugweg van Portugal en Spanje. Het is de eerste keer sinds weken dat ik het nieuws lees. Kreeg hier en daar heus wel wat mee, heb bovendien een geliefde die de boel behoorlijk nauwlettend in de gaten houdt, maar ik probeerde bewust even te ont-nieuwsen, in het kader van rust en ruimte in m’n hoofd. Het kan aan mij liggen, maar dit kloon-bericht komt mij absurd en vervreemdend voor, alsof ik de wereld na een paar weken offline geweest te zijn niet meer begrijp.

De buurman loopt voorbij, met zijn Australische herdershondje.
‘Bonjour, ca va?’
‘Ca va, merci. Et vous?’
Monsieur Renaux, zo stelde hij zichzelf voor. Hij had een trui aan met “Amsterdam Bikecity” erop. Zo raakten we in gesprek. Hij was tien jaar geleden in onze hoofdstad, het viel hem op dat iedereen daar Engels sprak. Toen hij het vertelde, keek hij ontzet. Ik vroeg erop door. ‘Dat is toch niet normaal, dat Nederlanders hun eigen taal niet spreken, maar altijd Engels?!’ zei hij. Geliefde en ik bezworen hem dat dat niet overal is. Dat dat vooral voor de Randstad geldt. Dat in Amsterdam vaak buitenlanders in de horeca werken die het Nederlands niet machtig zijn. Monsieur Renaux was niet overtuigd. In Nederlandse restaurants spreekt men Nederlands. In Franse Frans. Punt uit.

Terwijl de pluimstaart van zijn hond de hoek omgaat, lees ik verder.

Rotmans hoopt de komende tijd van zijn ‘AI-kloon’ te kunnen leren. Zo wil hij met zijn digitale evenbeeld praten over problemen waar hij al langer voor waarschuwt. Wat als het internet bijvoorbeeld twee weken uitvalt? “Ik sluit niet uit dat mijn avatar oplossingen aandraagt die ik zelf niet heb.”

Met open mond klap ik mijn laptop dicht.

‘Koffie?’ hoor ik naast me. ‘Croissantje?’

Dankbaar knik ik.
Misschien dat mijn internet opnieuw twee weken uitgaat.