Stedendriehoek

Goed bekeken – Pinpas

Toeval verzin je niet. Dat valt je toe. Op deze plek verzamel ik ongeloofwaardige voorvallen die desalniettemin plaatsvonden. Ik heb er weer een. Het FD, het Financieele Dagblad, vroeg me begin dit jaar mee te werken aan een rubriek. Dat leek me wel wat, sindsdien schrijf ik af en toe een Tegenslag’

kunstenaars politici etcetera omgaan met ellende in hun leven.

‘Column Eke Mannink

Mijn vrienden vielen steil achterover toen ze hoorden dat het FD mij benaderd had. Dat begrijp ik. Vaak ben ik mijn pinpas kwijt, of lig ik in de clinch met de map financiële administratie’. Maar dat wil niet zeggen dat je niet voor die krant kunt werken natuurlijk. Voor mij ademt het FD met zijn bijzondere roze geel of zijn gele roze – het is maar hoe je de kleur benadert – de sfeer van vertrouwdheid. Jaar in jaar uit ligt hij op het tafelkleed bij mijn schoonvader. Die leest hem trouw en praat er graag over.

Afgelopen week schreef ik over een stadsgenoot. Ze heet Stef Kreymborg en hoort bij de IJsselsalon. Sterker nog ze richtte deze culturele ontmoetingsplaats op met haar man die vorig jaar plotseling overleed. Over tegenslag gesproken. ‘Noem het een ruptuur zei ze. Of een aardverschuiving.’

De dag waarop het artikel verschijnt fiets ik met zoon en zijn vriendje naar het zwembad in Almen. Het is warm het bad ouderwets gezellig en kneuterig. Omdat het een schooldag betreft is het niet druk. Na een tijdje op het grasveld een paar plonzen en enkele glijbaantjes met de jongens verhuis ik naar het terras. Onder een parasol pak ik mijn boek. Eindelijk: leestijd.

Naast me een echtpaar. Zij staat op om een duik te nemen. Hij zit nog verdiept in de krant. Ik hoor hem zeggen: ‘Ik kom er zo aan even dit stuk uitlezen.’

Onwillekeurig kijk ik op. FD-geel licht op in de zon. Wat?!? Dat kán niet waar zijn… hij zit verdiept in mijn stuk! Een gespleten seconde lang vechten twee stemmetjes in mijn hoofd. ‘Doe normaal hou je gedeisd lees verder zegt het ene. Vertel wie je bent!’ roept het andere.

De luidruchtige wint.
Ik richt me tot mijn buurman. ‘Is het een boeiend stuk ja?’ vraag ik loeder dat ik ben.
‘Zeker!’ antwoordt mijn buurman. ‘Heel interessant.’
‘Wat gaaf zeg ik weer. Ik schreef het.’
Mijn buurman maakte een zitsprongetje in zijn stoel.
‘O? Echt?’
‘Echt.’ Ik grijns nu wel enigszins ongemakkelijk in mijn badpak kleurend in de zon
De vrouw die nog steeds niet aan het zwemmen is kijkt over de schouder van haar man mee. ‘Dat stuk heb ik ook net gelezen zegt ze verrast. Ik wil graag een keer naar die IJsselsalon. Aan de IJsselkade niet?’
Ik knik.
De man leest het artikel ik ga verder in mijn boek de vrouw loopt naar het zwembad. Leven kan poëtisch zijn. Ik ga kijken waar de jongens uithangen om samen een ijsje te eten – op het toeval.

Waar heb ik die pinpas nou gestopt?

 

Eke Mannink is schrijver & voormalig stadsdichter van Zutphen. Vanuit het hart van de stad houdt ze wat ze ziet poëtisch tegen het licht. Want als je goed kijkt zie je méér.
Iedere week weer.