Columns

Paulienloos

We hoeven geen geestverruimende pilletjes te slikken om het bos waardoor we struinen als een sprookjesdecor te ervaren. Boomstammen kronkelen schilderachtig de hoogte in. Gezeefd zonlicht raakt de gekrulde toppen van de varens. Mos siert het smalle wandelpaadje waarop we lopen. Dit is Vlieland zoals ik het me herinner. Ik ben er jaren niet geweest, ervaar het precies zoals de vorige keer. De natuur ruig, voor Nederlandse begrippen. De dorpelingen vriendelijk, de gevels lieflijk, en de aanwezigheid van bovengemiddeld veel honden.
We hadden wat tegenslag, onze reis naar Zwitserland ging niet door. Maar wel een paar dagen Vlieland. Ik haal diep adem, proef de waddenlucht. Een tikje zilt, een beetje fris – en de lichte rotting die de herfst met zich meebrengt zit er ook al in, verrukkelijk. ‘Minstens even goed als Zwitserse lucht,’ zeg ik tegen dochter. Die knikt.

Toch voel ik me somber. Dat komt niet alleen omdat mijn moeder onlangs een hersenbloeding kreeg. Ze is gelukkig herstellende. Dat komt ook door overrompelend nieuws dat ik zojuist tot me nam, op een ouderwetse manier.
We zaten op een terras, aan de Hoofdstraat. Naast ons een tafeltje met dames die gezamenlijk op excursie waren, ze bepraatten de afgelopen dagen. Ik probeerde niet te luisteren, omdat ik in gesprek was met mijn dochter, maar de vrouwen praatten behoorlijk luid. ‘…die altijd op televisie was als het over taal ging,’ hoorde ik een van hen zeggen. ‘Ze had toch ook een boek geschreven,’ zei een ander. ‘Taal is zeg maar mijn ding.’

Mijn haren gingen overeind staan. Figuurlijk gesproken, misschien ook wel letterlijk. ‘Taal is zeg maar echt mijn ding,’ zei ik in mezelf, grimmig gefrustreerd. Als het over Paulien Cornelissen gaat, taalkunstenaar pur sang, dan moeten de dingen wel kloppen. Boektitels ook. En waarom spraken die dames in de verleden tijd?! Via krantenkoppen kwam ik er even later achter.

In Zwitserland, waar ik soms cursussen Creatief Schrijven geef, is de roep om columnlessen de laatste tijd luider. Wanneer we het over schrijven van columns gingen hebben, begon ik altijd met het meest recente stukkie van Cornelissen. Het thuisfront appte me dan een foto uit de ochtendkrant, bij de hotelbalie liet ik hem uitprinten. Haar 150-woorden-stukkies waren a l t i j d goed. Gaven stof tot nadenken, over zowel de inhoud als de vorm.

Pling. Een appje van het vasteland. Een dichter, ik ken hem sinds een paar maanden, stuurt een vers.

Ze sprak met een vanzelfsprekende / verontwaardiging over dagelijkse taal, / grapte de boel mooi aan elkaar. / Ze keek ook zo prettig glinsterend daarbij, / het was makkelijk om haar aardig te vinden. / Ze gedroeg zich gewoon ongewoon / daarom voelde ik me weer wat beter / over mijn vreemde zelf. / Lief in herkenbare en rare uitvoering. / We gaan met tegenzin Paulienloos verder.

Edwin Baars. Onthoud die naam.
Hij maakte het verblijf op Vlieland, dat door het verdrietige nieuws verbleekte, weer kleurrijker.