Columns
Peter van den Boom
Ik had weer eens een akkefietje met een app. Mijn duurzame bank verlangde opeens dat ik, zeer geachte klant, me opnieuw zou identificeren. Wat er zou kunnen gebeuren als ik weigerde maakten ze niet duidelijk, maar ik voelde de druk. Het was echt heel eenvoudig, verzekerden ze en daar word ik altijd nogal zenuwachtig van.
Vooruit dan maar, mijn paspoort scannen was geen probleem. Het ging mis toen ik mijn gezicht scande en de app deze vergeleek met mijn paspoortfoto. Het verdict was vernietigend: ‘U probeert uzelf te identificeren met het identiteitsbewijs van iemand anders.’ Na drie keer hetzelfde vonnis was mijn hartslag licht maar wel structureel verhoogd. Gelukkig wenste de bank mij, als trouwe klant, een laatste reddingsboei toe te werpen. Daarvoor diende ik me te melden bij het bankfiliaal, dat gelukkig op fietsafstand was gesitueerd. Daar zou een bankmedewerker de procedure nogmaals samen met mij doorlopen.
Ze hadden ook nog prima fietsweer geregeld, dus eenmaal aangekomen bij het winkelcentrum had ik alles weer onder controle. Ik stalde mijn fiets netjes in de daarvoor bestemde fietsklem en liep het laatste stukje, slalommend langs lunchende scholieren op hun onafscheidelijke sjappiesjeezen, langs de winkels. Afijn, ik bereikte zonder kleerscheuren de bank. Hoe lang was het geleden dat ik een bankfiliaal van binnen had gezien? Verdwenen zijn de hoge, lange balies waarachter strenge meneren of mevrouwen elke binnenloper vorsend op hun kredietwaardigheid stonden te beoordelen. Waarna je bij Gods gratie met een medewerker in pak in een aparte ruimte mocht confereren. Nu zijn banken stationsrestauraties waar iedereen zonder krediet kan binnenvallen, waarbij de privacy direct naar buiten waait. Een dame in een zithoek achter een laptop wenkte mij alvast dichterbij. Ik nam plaats en na vijf minuten wachten wist ik van elke andere aanwezige waarom ze hier zaten of stonden. Toen mocht ik mijn appefietje uit de doeken doen. Ik probeerde zo zacht mogelijk te praten, maar wel voor haar verstaanbaar te blijven. Ze leek mijn probleem een hinderlijke onderbreking van haar drukke werkzaamheden te vinden. Ze loste het dan ook snel op. ‘Geregeld’, zei ze en zonder op te kijken wenste ze me nog een prettige dag. Dat maak ik zelf wel uit, dacht ik nog, maar toen stond ik alweer buiten.