Columns
Arnold Zweers
Na de auto de fiets in de Apeldoornse binnenstad. Dan heb ik het over doorgaande routes, of beter: het ontbreken daaraan. Over stallingsplekken. Fatbiketerreur.
Ooit, in de jaren tachtig, was de fiets heilig. Apeldoorn met Maastricht ’s lands fietsvriendelijkste stad. Dat is passé. Peddel over de Sprengenweg en je bent je leven niet zeker. Gevaarlijke oversteken in overvloed.
Tijdens corona werd het ineens taboe je stalen ros voor een snelle boodschap bij een winkel te parkeren. De Hoofdstraat werd ‘schoongeveegd’ vanwege het coronavirus. Wie niet horen wilde, zag zijn kostbare voertuigje op een vrachtwagen verdwijnen. Dat bleef zo na het vertrek van het virus.
Kijk nu eens bij Albert Heijn aan de Deventerstraat, Mariastraat of Beekstraat: de wirwar aan stangen, wielen, zadels, kabels en kettingen noodgedwongen in elkaar gepropt. Al die mooie tweewielers, ronduit gênant. Het heilige karretje werd een paria. In die ooit fietsvriendelijkste stad.
Natuurlijk, je kunt ze kwijt in één van de vijf gemeentelijke, gratis overdekte stallingen. Maar veel hardnekkige, eigenwijze Apeldoorners, onder wie ikzelf, willen gewoon even vlug dichtbij Hema, kroeg, boekwinkel of schoenenzaak zijn/haar rijwiel kwijt. De door de overheden omarmde maakbare samenleving waarin de burgers in een mal worden geperst, is failliet.
Stadhuis, het is simpel. Erken de grote behoefte aan het stallen van fietsen in de winkelstraat. Maak die vakken groter en breid het aantal vakken flink uit. In de Hoofd- en zijstraten bijvoorbeeld voor tijdelijk leegstaande winkels. Het zou het binnenstadsbezoek absoluut bevorderen.
Ooit was het doorkruisen van het winkelgebied normaal. Nu is fietsen zelfs op het grote lege Marktplein verboden – hoezo? De Kapelstraat was onderdeel van één van de door de gemeente Apeldoorn met trots geëtaleerde ‘fietsdoorstroomassen’. Maar het smalle straatje kreeg links en rechts , al dan niet legale, terrassen. Er is een eenvoudige oplossing, ook in Korenstraat en Brinklaan. Plaats bordjes met verlichte letters ‘fietsers hier te gast’ en bij het naderen van de drukke Hoofdstraat ‘fietsers afstappen.’ Daar houdt de fietser zich geheid aan. Behalve de levensgevaarlijke fatbike-crimineeltjes, die schrééuwen om een snoeiharde aanpak (maar helaas, dat is ‘on-Nederlands’).
Tot volgende week!