Columns

ApoldroNU – Codeloos

Nou, dat was me het hittegolfje wel hè. Of alweer vergeten? Als ik denk aan die van toen, lang geleden – die vergeet ik nooit. Meneer Klomp had zich als gewoonlijk strak in zijn politieuniform geperst, de bijbehorende pet op zijn hoofd. De pré-boomer deed altijd alles zoals het hoort.

Zijn blik stond op ongemakkelijk. Die leerling-rechercheur Jan Wilzing die later tot de top van onze Hermandad zou doordringen, in korte broek zittend en geinend op meneer Klomps bureau. En dan die journalist met zijn notitieboekje voor het laatste nieuws, ook al met blote benen, zijn voeten in slippers.

De tijden veranderden en niet ten goede, las ik af aan adjudant Klomps gelaatsuitdrukking. Het was al sinds april bloedheet en gortdroog. Zelfs ambtenaren gingen kortgebroekt naar kantoor. De boeren klaagden over de teloorgang van hun graan en mais. Dagelijks rukten Veluwse brandweerkorpsen uit als de mannen op de brandtorens turend door hun verrekijkers boven de bossen en heidevelden rookpluimen zagen opstijgen.

Die dag was het anders. De hel op aarde. Zeven juli 1976. De tot dan toe grootste natuurbrand die ons land had getroffen. De verwoesting van vierhonderd hectare bos en heide aan weerszijden van de Apeldoornseweg benoorden Arnhem. Directeur Anton van Hooff van Burgers Dierenpark zat met zijn geweer klaar voor als de olifanten en leeuwen uit paniek voor de naderende vlammen door de hekken zouden breken, de bewoonde wereld in.

En ik, als jong journalist en bijna-vader van onze eerste, ik kon maar net ontsnappen aan de alles verzengende vuurzee. Vol overmoed had ik me in de brandhaard begeven. De weg eruit was een gruweltocht.

De zomer was een ononderbroken hittegolf, die van 1975 en 1977 deden er niet veel voor onder. Maar we kenden geen code geel, oranje of rood. Geen overheidsadviezen over voldoende water drinken of stokoude mensjes in de verpleeghuizen van waterijsjes voorzien. Klimaatverandering? Nooit van gehoord.

Klomps kamer had geen airco, zelfs geen ventilator. De pet ging niet af. Als ik geconcentreerd zijn nieuwsfeiten noteerde dacht de adjudant even onbespied de zweetdruppels van zijn voorhoofd te wissen. Het was 30 graden in zijn werkkamer, een hitteprotocol ontbrak.

Tot volgende week!