Stedendriehoek

Moeflons in Het Nationale Park De Hoge Veluwe

Door Aafke Kylstra

De moeflon is een icoon van Het Nationale Park De Hoge Veluwe, net als de Witte Fiets en het Jachthuis Sint Hubertus. Maar wat maakt de moeflon van De Hoge Veluwe zo bijzonder?

Moeflon op de Hoge Veluwe dankzij buitenlandse relaties
Anton Kröller liet zijn grondbezit op De Hoge Veluwe omrasteren, zodat hij wild kon uitzetten. In die tijd was de wildstand op de Veluwe minimaal. Na de aankoop van gronden van Deelen en Reemst liet hij een tussenraster plaatsen, waarbij het noordelijk deel werd ingericht als Cultuurpark en de rest als Wildbaan. In 1921 kreeg Kröller moeflons aangeboden van de Groothertogin Charlotte van Luxemburg; vier rammen en acht ooien. Deze moeflons werden uitgezet in de Wildbaan.

Thuis op De Hoge Veluwe
De moeflon is het kleinste wilde schaap in Europa. Het is een haarschaap; in plaats van wol heeft de moeflon haar. Ze komen van oorsprong voor op de ruige, rotsige eilanden Sardinië en Corsica, waardoor ze gedurende de eerste jaren op de arme, zachte Veluwse grond hoefproblemen kregen. Ze ontwikkelden echter snel; de lammeren die op De Hoge Veluwe geboren werden kenden die problemen niet. De moeflons voelden zich thuis, al honderd jaar weten ze zich op De Hoge Veluwe zelfstandig te handhaven.

Belangrijk voor het heidelandschap
Tot 1995 liepen de edelherten en moeflons alleen in de Wildbaan (3800 ha). Hierna werd het tussenraster verwijderd tot een ruim 5000 hectare groot leefgebied. De herten leven sinds die tijd vooral in de voedselrijkere landgoederen Hoenderloo en De Kemperberg, de moeflons waren hun voedselconcurrent kwijt en bleven in het open heide- en stuifzandlandschap. Waar vroeger (15e – 19e eeuw) grote schaapskudden de heide open hielden, zijn het op De Hoge Veluwe nu de moeflons die het heide- en stuifzandlandschap beheren.

Een goede balans bepaalt de wildstand
Het aantal moeflons heeft door de jaren heen nogal geschommeld. Tussen 1935 en 1940 waren er honderd moeflons in het Park. In 1945 (na de oorlog) waren er slechts nog twintig over. Door het dichten van rasters en goed beheer kon de wildstand weer groeien via ruim 70 moeflons in 1950 naar 270 in 1995. Het Park richt het beheer op een goede balans tussen een gezonde populatie moeflons en optimale ontwikkeling van flora en fauna in het open heide- en stuifzandlandschap. Op basis van die balans hanteert het Park nu een voorjaarsstand van 220 moeflons.

Wildzichtbaarheid
Veel mensen vinden het leuk om wild te komen kijken in het Park. De moeflon is een vluchtdier en zoekt de veiligheid van een kudde. Zijn zintuigen zijn goed ontwikkeld, ze hebben heel goede ogen en zien potentieel gevaar al van grote afstand. Daardoor zijn ze vaak moeilijker te zien. De kuddes trekken graag tegen de wind in. Met zuidwestenwind staan ze vaak op het Reemsterzand, nabij het Bosje van Staf. Met oostenwind is de trefkans groter in het Deelense Veld. De rammen, met hun grote, gekrulde horens, donkere vacht en witte ‘zadeldek’, vormen een eigen kudde. Zij zijn het meest markant.

Indrukwekkende moeflonbronst in oktober
De Hoge Veluwe is vooral bekend vanwege de hertenbronst in september, maar ook de moeflons kennen een bronstperiode. Die begint iets later, in oktober. De rammen vechten om de ooi door met de kop naar beneden op elkaar af te vliegen. Op het laatste moment springen ze met vier poten van de grond en bonken in volle vaart met de horens tegen elkaar. Dit geeft een oorverdovende knal, meermalen achter elkaar. Een beleving die je niet snel vergeet!