Columns

Allemachtig Irritant

AI, het is me toch wat. We zouden absoluut niet meer zonder kunnen. Terugkijkend moeten we ons verbaasd afvragen hoe we het al die jaren, voordat AI ons leven kwam verlichten, hebben gered. Kunnen we daar misschien alsnog collectief een lintje voor ontvangen? Tot voor een paar jaar had nog nooit iemand van AI gehoord. Nu struikel je op internet en de socials over de opgewonden AI-experts die mij toeschreeuwen dat ik NU van hun grote expertise op het gebied van kunstmatige intelligentie gebruik moet gaan maken, tegen een zacht prijsje uiteraard. Anders loop ik gegarandeerd in een van de 24 digitale valkuilen die mij handenwrijvend staan op te wachten. En wie moet mij dan nog redden? Ook zal ik mijn ‘business’ nooit meer goed kunnen uitoefenen omdat mijn ‘clients and prospects’ mij niet meer zullen begrijpen, als ze al niet hard hollend zijn verdwenen naar de concurrent. Binnenkort kan ik me overdag beter niet meer op straat vertonen en zal ik in winkels steeds vaker te maken krijgen met personeel dat over mijn schouder aan de klant achter mij zal vragen: ’kan ik u helpen?’
Maar ik houd de rug voorlopig recht. Ik probeer alle gebakkenluchtverkopers die tijdens hun eerdere digitale handeltjes nog geen fatsoenlijke website voor mij konden bouwen en nu doen alsof ze AI zelf uitgevonden hebben, te negeren. Ik delete hun opdringerige contactverzoeken vol ronkende zinnen met marketingbullshit. Dan maar een digitale loser in de marge. Gelukkig gaat ook voor mij de zon ‘s ochtends nog steeds op.
Onder ons, ik stel Chat GPT (jawel, de gratis versie) af en toe echt wel een vraag of laat ‘m een lang artikel inkorten; doet ie best aardig en het levert tijdwinst op. Maar dat ga ik die AI-goeroes natuurlijk niet vertellen. Verder geloof ik het voorlopig wel. Ik weet ook wel dat tekstschrijvers en redacteuren over een paar jaar zo goed als overbodig zullen zijn gemaakt door AI. Niemand kan immers die op hol geslagen AI-trein nog stoppen. Zelf nadenken over onderwerpen en fraaie zinnen componeren is dan niet meer nodig. Een flink gedeelte van onze hersenpan kan dan definitief offline. Nu ik er nog eens goed over nadenk, een heerlijk vooruitzicht toch?