Columns
Eke Mannink
Eind vorige maand kregen we een mail van de hoofdredacteur. ‘Goedemiddag columnisten en cartoonist,’ begon-ie. ‘Zoals elk jaar slaan wij in de zomer een maandje over. Dit gaat plaatsvinden in de maand augustus.’ Dat u het weet.
Inmiddels is het bijna zover. We zijn twee hittegolfjes verder, het wordt tijd om vakantie te houden. Afgelopen maand gaf ik een groep Nederlanders in een Zwitsers hotel lessen creatief schrijven. Het was een grote, gemotiveerde groep. Ze gingen flink aan het werk. De laatste avond wijdden we ons aan het creëren van een zogeheten ‘ollekebolleke’, een dichtvorm die ontstond in het Engels taalgebied –‘higgledy, piggledy’ heet het daar – en door taalkunstenaar Drs. P naar ons taalgebied is geïmporteerd. Met een streng metrum-regime en detailvoorschriften die er niet om liegen. Belangrijk is het gebruik van de dubbele dactylus. Het moet ongeveer zo in elkaar zitten:
1 Olleke – bolleke
2 Olleke – bolleke
3 Olleke – bolleke
4 Olleke – bol
5 Olleke – bolleke
6 Olleke – bolleke
7 Olleke – bolleke
8 Olleke – bol
De eerste regel bestaat uit een motto, uitroep of verzuchting. Regel twee geeft de thematiek aan. Regel zes moet uit één zeslettergrepig woord bestaan, met de hoofdklemtoon op de vierde lettergreep. Toen ik de cursisten dát vertelde, was ik ze even kwijt. Her en der begonnen mensen te zuchten, ogen stonden wazig en eentje stond er zelfs op. Ze hadden de zes voorafgaande dagen ijverig gepend. Columns geschreven, verzen gemaakt, dialogen ontleed en in elkaar gezet, vanuit een historische film geschreven – enzovoort… Er zat bovengemiddeld veel komisch talent in deze groep en nu ik met het ollekebolleke aan kwam zetten, een puntdicht nota bene dat een komische noot vereist, dreigden ze af te haken.
‘Regel acht tenslotte rijmt op regel vier,’ zei ik, enigszins timide. Binnen vijf minuten zat iedereen te schrijven. ‘Het gaat niet om het eindresultaat,’ had ik benadrukt, ‘maar om het spelen, het stoeien, het worstelen met taal. Hoe vaker je het doet, hoe leuker de ollekebollekes worden, wat natuurlijk dan wel weer mooi meegenomen is.’
De avond waarop het fenomeen ‘verrassing’ centraal stond, verraste mij bijzonder. Geheel in contrast met het steunende en kreunende begin, kwam de ene na de andere cursist met een gloedvol ollekebolleke op de proppen. Blij sloten we de avond af, om daarna een borrel in de hotelkroeg te gaan drinken.
Nu u het recept voor een ollekebolleke heeft, kunt u er zelf een maken. Ik daag u uit de taal naar uw hand te zetten. En mocht u tevreden zijn, stuur het resultaat gerust op. Dan kan ik over een paar weken geïnspireerd beginnen. Met uw naam erbij, dat spreekt vanzelf. Fijne vakantie, tot in september!
Eindelijk schrijversrust
even geen columns meer,
zomaar een maandje ver-
lost van de plicht.
Iedere dag schrijf ik
ollekebollekes:
goed voor het lijf
en de geest raakt verlicht.