Columns
Eke Mannink
Ergens had ik gelezen dat Worstelen met de volmaakte weergave in het Museum Henriette Polak te zien is. Een tentoonstelling met werk van Dirk van Gulik, wiens naam ik niet kende. En, laat ik eerlijk zijn, de titel intrigeerde me, maar ik was er nooit naartoe gegaan als mijn vriendin uit Amsterdam niet had geappt. Ze stuurde een foto van een aquarel. Daarop een beboomde straat, een doorkijkje langs de gevels. Een paard en wagen, een fietser op de rug gezien.
‘Hoe vind je deze?’ schreef ze erbij. ‘Stond in onze straatapp.’ Wat bleek, het wás haar straat. Toen ik inzoomde, kon ik lezen dat het de Grensstraat voorstelde, in oost.
‘Wat grappig!’ appte ik terug, ‘Waar jij woont hangt waar ik woon! Samen kijken?’
Zo kwam het dat we onlangs door ons stadje liepen. Dochter en hond wandelden mee tot aan de Schelpenpoort, om vervolgens langs de IJssel te gaan struinen. ‘Veel plezier in het museum,’ zwaaide ze ons toe.
‘Het is een stuk minder druk dan wat ik gewend ben,’ zei vriendin, terwijl we net de drempel over waren. ‘De laatste keer was ik bij de overzichtstentoonstelling van Erwin Olaf, echt niet te doen – je liep gewoon tegen iedereen aan.’
Ik knikte gretig, die rust en ruimte in onze stad waardeer ik met de jaren steeds meer. We doken in de doeken van Van Gulik, en lazen erover in de begeleidende teksten. In een zaal werd een film vertoond, waarin de kunstenaar te zien was. ‘Jammer dat er geen geluid bij zit,’ concludeerde ik. ‘Dan hadden we een audiotour moeten nemen,’ zei vriendin terecht.
Het werk verraste me, Van Gulik bleek van veel markten thuis. Lang keek ik naar ‘Twee paardenschedels’ uit 1980, de schilder was toen zesenzeventig. De kunstige olieverfstreken nodigden uit tot een speelse ontdekkingstocht.
Net als veel van de kunstenaars uit de collectie van Museum Henriette Polak was Van Gulik een individualist. Zijn werk is moeilijk te categoriseren en vereist de ‘aandachtigheid’ die zijn volle tijdgenoot dichter Ida Gerhardt bepleitte. Je moet goed en lang kijken, pas dan zie je hoe hij vocht met de materie, hoe hij telkens via een andere worsteling kwam tot de voor hem volmaakte weergave.
We staan een tijdje voor ‘Grensstraat gezien naar de Amstel’ uit 1953. ‘Als ik kijk naar die straathoek, dan moet ik toch echt hier precies tegenover wonen!’ Vriendin wijst rechts op het doek naar een winkelluifel. Inmiddels is die verdwenen, het pand is geen winkel meer, en sinds enige jaren in bezit van een populaire televisiepresentator, weet ik; de overbuurman van vriendin. ‘Waar is jullie huis dan?’ vraag ik. ‘En klopt het uitzicht achter die paardenkoets? Zit die toren niet meer naar rechts?’
Ik houd van werken die vragen oproepen. Her en der in de tekst over Van Gulik had ik beschrijvingen als ‘een zekere robuustheid’ en ‘eigenzinnig’ gelezen. Voor hem hoefden zijn werken geen fotografische kopie van de werkelijkheid te zijn, de persoonlijke beleving en het spel met de textuur van de verf waren minstens even belangrijk.
Nieuwsgierig? Haast u – Van Guliks werk is te zien tot en met komende zaterdag.