Columns
Eke Mannink
In de struik voor ons huis ontvouwde zich weken geleden één roos. Een lichtroze bloem, die – als elk jaar weer – goddelijk rook. Ik duwde mijn neus diep in het hart om de tere geur beter tot me te kunnen nemen, verschrikt trok ik me daarna terug: met maar één roos dient men voorzichtig om te gaan.
Na een periode van afwezigheid kan ik een brede glimlach niet onderdrukken wanneer ik in de richting van onze voordeur loop. De struik straalt me toe, met wel vijftien, nee, zestien, nee – zeventien rozen! In gedachten dank ik de buurvrouw die zo lief is de struik zo nu en dan te snoeien. Aan de overdaad aan rozenschoon is af te leiden hoe goed ze daarin is. ‘Ik zie dat-ie blij is met jullie,’ zei ze een paar jaar geleden. ‘Maar hij heeft nét dat beetje hulp nodig… vind je het goed als ik… ?’
Natuurlijk vond ik dat goed. Nu sta ik al inhalerend te genieten. Ik weet: als ik iets met de blaadjes zou willen doen, moet ik ze nu oogsten. Meerdere keren was ik dat van plan. Om rozenolie te maken, voor de huid, of rozenthee, om stress te verminderen. Maar ook nu denk ik: niet doen, veel te zonde.
Ik weet hoe het gaat. Dan liggen die blaadjes er maar, terwijl we druk zijn met andere dingen. Zoals vanmiddag. Geliefde en ik gaan naar Deventer, om ‘De heks van Almen’ te zien, in de Bergkerk. Het is vanwege een wielerwedstrijd een kunst om het podium heelhuids te bereiken, eenmaal daar dompelen we ons onder in een middeleeuws verhaal. In 1472 werd op het kerkplein in Almen een van de eerste slachtoffers van de heksenvervolgingen in Nederland levend verbrand. Na de openingsscène zien we Aleyda in een bedompte kerker liggen, zij heeft geen idee waarom ze is opgepakt. Pas wanneer dochter Greetje haar komt opzoeken wordt duidelijk: Aleyda, de eigenzinnige vroedvrouw die haar krachten en kennis van geneeskrachtige kruiden gebruikt tijdens haar werk, wordt verdacht van hekserij.
Theatermakers Achterhoek, verantwoordelijk voor het stuk, houden ons, het publiek, een spiegel voor. ‘De heksenverbrandingen hebben grote invloed gehad op de ontwikkeling van onze maatschappij en de positie van vrouwen daarin,’ staat op hun site. Naar eigen zeggen zoeken ze ‘naar het licht in dit gruwelijke verhaal door verleden en heden te mengen. Een must see voor iedereen met een vrije geest.’
Bij die laatste zin moet ik lachen. Heel slim is-ie, want wie wil zichzelf nou niet zien als ‘vrije geest’? Hoe dan ook, wat mij betreft zijn ze erin geslaagd. Ondanks een audio-hapering, die maakte dat de start opnieuw moest, weet de mix van spel, muziek en licht een wereld tevoorschijn te toveren waarin het publiek ruim anderhalf uur ademloos meeleefde. Door de kerkramen spelen ook een onweersbui op afstand en een precies op tijd doorbrekende zon glansrollen.
Eenmaal terug in de steeg weet ik me door Aleyda geïnspireerd.
Ik knip een roos af. Om haar geur te bewaren – in thee, of in olie.