Columns

Pilaren

Op de IJsselkade word ik overrompeld. Door het licht, het licht in de lucht. Niet handig om van je stuk te raken, terwijl je rijdt, althans – wanneer je de chauffeur bent. En dat ben ik. Dochter en ik hebben een kerstmarkt bezocht – de Achterhoekse Winterfair in Wilp, geheel in strijd met mijn principes: ik wil voor sinterklaas niets kersterigs… maar ach, de advent is begonnen en we vonden het beiden gezellig – en spraken af dat ik haar bij de IJssel zou afzetten voor een wandeling met de hond. Zelf heb ik later op de dag een vergadering en een pot luck, een maaltijd waarbij iedere vergaderaar iets te eten meebrengt. Dat moet nog worden voorbereid.
‘Wat ga je maken?’ had dochter gevraagd. We reden over de oude brug.
‘Iets met pompoen,’ had ik geantwoord, ‘en chocola. Want dat verwacht niemand, vermoed ik.’ Een paar seconden later werd ik overrompeld.

Nog steeds trouwens.
Aan de einder tekent zich een reeks pilaren af, pilaren van licht. De zon breekt op verschillende plekken door het wolkendek en zorgt voor een spectaculair vergezicht. Op de Badhuisweg draai ik een parkeerplaats op. Dochter en hond stappen uit. Ik ook. ‘Even kijken naar dit geweldige kunstwerk van de natuur,’ zeg ik, de mobiel uit mijn jaszak trekkend. Tijd voor een foto.
De hond dartelt de dijk op. Een eind verder, op een strook uiterwaard-gras strijkt een groep ganzen neer. Hun geluiden verstommen zodra ze zijn geland. Ze gaan op zoek naar eten. Tegen de achtergrond van de lichtpilaren vormt de groep een magnifiek geheel.

We zijn er stil van. Minutenlang.

Mijn uitzicht is door ganzen uitverkoren.
Met woeste slag strijken ze neer op het land.
Aanvallend klinkt hun roep in groot verband.
Het schaarse groen langs de rivier – het is verloren.

Eén houdt de wacht en staat, de kop geheven,
terzijde. Waakzaam. Op gevaar beducht.
Elk ogenblik gereed om tot de vlucht
het sein aan alle anderen door te geven.

Het peloton, in het centrum van mijn beeld,
staat daar, een kort moment, fel uitgelicht
tegen de najaarswolken, gepenseeld.

Tot plots, in een snel kantelend evenwicht,
de zwerm als één beweegt en, onverdeeld,
over de leegte wegvliegt. Mooi gezicht.