Columns
Eke Mannink
Als je veel van iets hebt, kun je er kwistig mee omgaan. Dat is wat ik denk nu geliefde en ik de gordijnen dichttrekken. Hij heeft een trapje klaargezet, met de projector erop. We maken koffie, ik smeer broodjes.
De keuze is gemaakt. We gaan Dogville kijken, een film die hij al gezien heeft, en goed vindt. Die ik om die reden al een tijd wil kijken. Ik las dat-ie origineel, zorgvuldig gemaakt en bijzonder meeslepend is. “Lars von Trier en Nicole Kidman op het toppunt van hun kunnen.”
Vooral de minimalistische set is wat mijn geliefde aanspreekt. De locatie, een Amerikaans dorp, wordt volgens recensies verbeeld door witte strepen. Net als ik hem daarop wil aanspreken, zie ik paniek in zijn ogen, terwijl hij door het tuinraam staart.
‘Naar buiten,’ mompelt-ie ‘Een van de konijnen is los.’
Nee, klopt, dat wist u nog niet – we hebben konijnen. Sinds een dag of een. Ze zijn van de dochter van mijn geliefde en staan met een groot, geel hok in de voortuin. Omdat ze deze omgeving niet gewend zijn, houden we het duo nauwgezet in de gaten. Ze lijken geen hondentrauma te hebben, zijn evenmin bang voor kippen. Het hoge gras smaakt ze duidelijk goed, en ze hupsen in hun rennetje, maar daar is hooguit plaats voor één hupsje per keer. Dus het rennetje moet groter. Op nog nader te onderzoeken manier is een van de twee blijkbaar ontsnapt, dus we gaan erachteraan.
Het zijn schattige konijnen, net kleine lakenveldertjes – u kent ze wel, die koeien met een brede streep wit aan weerszijden, alsof ze als een tafel zijn gedekt. Deze, voor ons nog niet te onderscheiden, twee wisselen helder wit tafellinnen af met diep, donzig zwart. Ik noem ze Jut en Jul. Jul is op ontdekkingsreis of was het nou Jut? Met een hark probeert geliefde hem/haar een hoek van de tuin in te drijven. Met gebogen knieën en gespreide armen loop ik aan de andere kant van het bijzonder onschuldig ogende lakenveldertje de boel af te dekken. Hondje Hazel slaat het tafereel vanuit de woonkamer gade, ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat ze ons uitlacht.
Na twintig minuten zijn de nijntjes verenigd. We lopen naar binnen, ik pak onze lauwe koffies, terwijl de programmeur erachter komt dat het cruciale snoertje om dvd’s te kunnen vertonen ontbreekt. Daarvan balend drinken we onze koffie op de rand van de plantenbak. Gehups van het zwart-witte duo maakt de stemming wat vrolijker. ‘Ze heten Bella en Beau’ appt de eigenaar van de konijnen. We glimlachen.
‘Weet je wat?’ begint mijn geliefde, vindingrijk als-ie kan zijn, ‘we kunnen vanaf de laptop wel op het grote scherm kijken.’
Als je veel van iets hebt, kun je er kwistig mee omgaan. Ik keer mijn gezicht nog even naar het warme ochtendlicht, dan gaan we naar binnen. Hij schijnt tegenwoordig zo vaak; we kunnen morsen met de zon. We lopen onze zelf-gefabriceerde donkerte in, ons eigen cinemaatje met projectie op de witte muur. We kijken een Netflix-documentaire. Hij heet Quilters.
Een aanrader.