Columns
Eke Mannink
Sonja Barend is niet meer, u hebt het ongetwijfeld gelezen in de kranten, of gehoord op radio of televisie. Oef, nu klink ik oud, waarschijnlijk heeft het merendeel van u het nieuws via de zogeheten socials tot zich genomen. Het is wel duidelijk dat ik uit de tijd stam toen Sonja nog volop op televisie te zien was. Veel jeugdigen hebben geen idee om wie het gaat. Na een korte steekproef onder jongvolwassenen in mijn omgeving, kom ik erachter dat het voor haar naamsbekendheid hielp, dat er een award die haar naam draagt, bestaat. Nadat ze met pensioen ging, is in 2009 de Sonja Barend Award ingesteld, een jaarlijkse vakprijs voor het beste interview op tv. ‘Da’s toch die vrouw van tv van vroeger? Die goed scheen te kunnen interviewen?’
Ja, klopt. Dat is ze, was ze. En dat kon ze.
In mijn herinnering had ze altijd een eigen talkshow. Mijn ouders vonden het er nogal eens ’te zot’ aan toegaan op het scherm, dat zorgde ervoor dat ik als kind steeds geïnteresseerder raakte in het programma. Een interview met veel stiltes met dammer Jannes van der Wal maakte indruk. Ik damde toen zelf graag en vaak, maar kon me niet identificeren met Van der Wal, terwijl ik dat hevig probeerde.
Ook de slotscène van een van haar programma’s, toen Waardenberg en De Jong haar vol op de mond zoenden, staat me bij. Sonja was zichtbaar overrompeld en wist met moeite haar vertrouwde slotzin uit te brengen: ‘Voor straks lekker slapen – en morgen gezond weer op.’
Ik moet een jaar of zestien zijn geweest, toen ze Danny de Munk wilde spreken. Dat was officieel verboden, zo vertelde in die uitzending iemand van de arbeidsinspectie, omdat kinderen ’s avonds laat niet, of zeer beperkt, op televisie mochten. Wat deed de redactie? Het kindsterretje zat in het publiek. Zo kon Sonja hem alsnog interviewen.
Ze vond hem zo schattig, dat ze in de loop van de film verliefd op hem was geworden, zei ze in het gesprek met de destijds veertienjarige De Munk. Spontaan stond het jochie op, terwijl ‘ie zoiets zei als: ‘dan kom ik je een kussie geven.’
Dat spontane, warme, niet-overgeregisseerde is wat we nu missen. Op televisie, en in de samenleving. Het heengaan van Sonja Barend maakt dat ik op zondagmiddag mijmer over hoe anders de wereld is geworden de afgelopen decennia. Harder. Meer gepolariseerd dan ooit. Vaak lees ik daarover, maar als ik nadenk over de loop van mijn eigen leven, de cultuur die ons omringde … en in dit geval de shows van Sonja – word ik me er extra bewust van.
Het is wáár, helaas.
Niemand wil een vroeger-was-alles-beter-type worden. Ik wandel in de richting van het station, herinner me dat ik daar afgelopen vrijdag langs nieuwe, grote fotoborden liep. Een artiest was aan het repeteren om de expositie te openen. Het klonk gaaf, grootstedelijker dan ik ons stadje ken.
Ik ga het op mijn gemak bekijken. De Pride Photo Exhibition maakt queer verhalen zichtbaar in de openbare ruimte.
Kwam daar vroeger maar es om.