Columns

Handen

‘Een gelukkie, ze hebben een gelukkie nodig!’ Geliefde en zijn dochter zitten sidderend op de bank. U raadt het wellicht: ze kijken WK,. ‘Ahhhhhhhhh! Jááámmer….’ Teleurgesteld vallen ze terug tegen de rugleuning. Het is 1-0 voor Duitsland, underdog Curaçao ploegt zich dapper over het veld. Dit was hun eerste kans.
We hebben een enorm groot beeld in onze huiskamer, voor de verandering. Op een witte muur. Eergisteren toverde geliefde de projector tevoorschijn – sindsdien hebben we drie films gekeken. Ik vind het kicken, ben er gek op om naar filmhuizen te gaan, en nu wonen wij er in één. Zo levensgroot komen de verhalen beter binnen.

‘Ja… ja… ja… wéér een kans!’

‘Het zal toch niet waar zijn?’

‘Jaaahaaa, het ís waar!’
‘Mooie voorzet! JAAAAAAH!’

Het is 1-1. De vreugde is groot. Hondje Hazel vliegt overeind in haar mand, uit haar slaap. Met grote ogen staart ze naar de juichende supporters. Geliefde gooit zijn armen in de lucht. Dochterlief wrijft in haar handen. Kom maar op met de rest van de wedstrijd, lijkt ze te zeggen.

 

Ik denk direct aan de jonge vrouw tijdens Smaak aan de Kade, het foodtruck festival aan de IJssel. Die maakte hetzelfde gebaar. Zat aan een broodje hamburger, maar leek het zó koud te hebben, dat ze niet wist wat ze daarmee aan moest. Haar metgezel stond in de rij voor drank. Ze stond op, legde het broodje op de picknickbank, waar ze net zat, en begon uitbundig in haar handen te wrijven om warm te worden.

 

Curaçao zit heerlijk in deze fase van de wedstrijd,’ schalt de commentator. ‘Sinds het doelpunt is het geloof in eigen kunnen toegenomen.’
‘Die Comenencia is goed, hè?’

‘Geweldig. De hele ploeg doet het goed trouwens.’

 

De metgezel die in de rij had gestaan, kwam terug met twee biertjes. Ze zal het zelf gewild hebben, maar ik had medelijden met de vrouw. Als je bier drinkt, word je nóg kouder van binnen. Ze zette de drank dapper aan haar lippen, even later zag ik dat er bijna niets uit was. Ze had het inmiddels ongetwijfeld afgekoelde broodje hamburger er maar weer bijgehaald.

‘Ahhhh, wat jammer! Nu is de spanning eruit.’ Omdat ik even afgeleid was, niet-voetbalfan die ik ben, heb ik gemist dat het inmiddels 3-1 geworden was. En nu dus 4-1. Het is rust.
‘Kan het zo zijn dat de Verenigde Staten tegen Iran moeten?’ vraag ik.

Het tweetal knikt. ‘Ja,’ zegt geliefde. ‘In de groepsfase spelen ze niet tegen elkaar, maar als ze zich plaatsen voor de volgende ronde is een confrontatie mogelijk.’

De wereld is onwerkelijk. De combinatie van twee in oorlog verwikkelde tegenstanders komt me grotesk voor. Na een rondje met de hond zie het grote groene scherm van verre oplichten. Na binnenkomst wordt het duidelijk: ‘Zes-een,’ klinkt het toonloos.

De dochter van geliefde wrijft weer in haar handen.
Ik denk nu dat ze het koud heeft.