Columns

Geur

Dacht ik net dat het sandalenseizoen voorbij is, ben ik toch weer bijna blootsvoets op een muurtje in de zon beland. Met cappuccino uit de Sprongstraat. Terwijl ik van een lichte schrik aan het bekomen ben, omdat ik zojuist vernam dat barista Marja voorgoed met het uitbaten van haar koffiehuis is gestopt, rijdt een fietskar voorbij. Volgeladen met huisraad. Hier en daar steekt een matras of dekbed over de rand, zodat bijna alleen de wielen zichtbaar zijn.

In een flits ben ik terug in Italië.

Vorige maand paste ik op twee honden, op een berg in Ligurië. Die berg zoefde ik bijna elke dag fietsend af, op weg naar de lonkende streep zee. Tien kilometer was de route. Iedere keer was het weer een verrassing hoe ik het water aan zou treffen: woest kolkend en golvend, zacht kabbelend en kalm, of iets ertussenin.
De volgeladen fietskar op de Groenmarkt katapulteert me naar een magisch moment tijdens een van die afdalingen. De weg naar beneden liep vanzelfsprekend grotendeels bergafwaarts, met zo nu en dan een vlakke onderbreking. Aan die vlakke stukken lag telkens een dorpje. In het derde dorpje werd ik ingehaald door een klein wagentje op drie wielen, de Ape, dat is het Italiaanse woord voor ‘bij’. Het is een broertje van de Vespa, dat ‘wesp’ betekent. Vaak gaat het om nogal verroeste wagentjes, bezige bijtjes, die op hun kleine laadoppervlak enorm veel mee kunnen slepen.

Het bijtje dat me voorbijging, werd aan mijn blik onttrokken door de lading; het was bedolven onder takken van de eucalyptus. Die bomen komen enorm veel voor in Ligurië, in de buurt van ons terrein op de berg had ik een hele boomgaard gespot. Het magische van dit moment zat hem in de geur: Die was enorm sterk. Het autootje was al lang en breed uit zicht, toen ik nog altijd het indringende, oppeppende geurspoor rook. Alsof de luchtmoleculen die de eucalyptus afgeeft, bovengemiddeld geconcentreerd zijn. Het rook betoverend. En het beeld zit nog altijd in mijn hoofd: dansende en bungelende takken met ronde, oplichtende groene blaadjes eraan – een paar wielen eronder.

‘Lekker aan de koffie?’ Een voorbijganger met hond kijkt me vrolijk aan terwijl-ie deze vraag stelt. Ik knik, ben nog aan het terugkomen uit Ligurië. ‘Si,’ hoor ik mezelf zeggen, terwijl ik het bekertje even omhooghoud. Dat is kennelijk uitnodigend, want de wandelaar begint een betoog over de schoonheid van de binnenstad. Zelf komt-ie uit Wijk bij Duurstede, een plaats die óók een mooi historisch centrum heeft. ‘Ik ben verrast door de middeleeuwse straatjes hier,’ vertelt hij, ‘en door hoe jullie je monumenten koesteren.’ Zijn cockerspaniël heeft inmiddels door dat er een soortgenoot bij me hoort. Ik word uitgebreid besnuffeld. Het komt weinig voor dat ik uithuizig ben zonder hond, maar ze lag lekker te slapen en wilde dit keer niet mee. ‘Ik hoop dat de gemeente dit volhoudt,’ gaat de man verder. ‘In deze tijd is dat een groot goed.’ Hij klinkt als een dominee, en schrijdt voort, terwijl hij zijn spaniël meetrekt. Ik knik nog een keer van ‘si’ en neem mijn laatste slok cappuccino.

Tijd om te landen.