Columns

Geluiden

De lente, de lente, de lente is er weer! Op het terras van de Pelikaan, in de zon voor het station, op een plantenbak bij de Albert Heijn in Warnsveld – overal zie ik mensen hun gezicht genietend naar de zon draaien. Als vlinders hun vleugels. Ik huppel door het licht met mijn hondje. Eén wang moet ik beschermen – vanwege een brandwond die ik begin dit jaar opliep moet de huid een jaar uit de zon blijven, iets dat moeilijker is dan het klinkt –, maar de vogelgeluiden, de krokussen, de blije mensen, de dartele puppy’s die ik tegenkom, zorgen ervoor dat ik in lentestemming raak. Al is de grootste reden daarvoor misschien wel … de piano.

De piano? Ja, we hebben weer een piano! Zesentwintig jaar geleden vond ik een ouderwetse August Förster die ik voor tweeduizend gulden mocht overnemen. Het was een van de laatste dingen die ik nog in guldens betaalde. ‘Hij is meer waard,’ had de mevrouw gezegd. ‘Maar het is voor ons belangrijk dat-ie goed terechtkomt, daarom vragen we er gewoon het jaartal voor.’ Ik was vereerd, en vond de prijsbepaling creatief.

Oeverloos heb ik erop gezwoegd en gepingeld. Les gehad en geïmproviseerd. Geen natuurtalent, maar dat drukte de pret niet. Destijds was ik bevriend met een professionele pianist die er recitals op speelde, waar ik bij weg kon dromen. Toen mijn dochter er net was, meende ik te zien dat haar gezichtje oplichtte bij stukken die ze herkende van vóór haar geboorte.

Hoe dan ook, de piano raakte in verval. Hij stond een tijdje in de oude wasserij IJsselstroom, voor een aantal voorstellingen, verhuisde daarna door naar ons nieuwe huis en moest nogal veel temperatuurwisselingen doorstaan. Ik was al jaren gestopt met les, mijn dochter had het een tijdje overgenomen, en was er nu ook wel klaar mee. Een aantal toetsen deed het opeens niet meer, en als ik er soms aan toekwam hem af te stoffen, merkte ik met pijn in mijn hart dat de slijtage doorzette. Toen ik een aantal jaar geleden een Försterkenner ontmoette – zomaar, in de trein – bood die aan een keer langs te komen om het instrument ‘op speelwaarde te schatten’. De pianoman liep somber gestemd de voordeur uit. ‘Dat kost u zeker drieduizend euro om weer op te kalefateren.’

Toen verscheen de advertentie van de Zutphense Zussen, een groep vrouwen uit ons stadje en omgeving die elkaar in digi-taal – en gelukkig ook in de echte wereld – weten te vinden, met name op Facebook. Piano van het merk W. Hoffmann te koop! De zus die de piano te koop aanbood, zat zelf niet op sociale media. Haar overbuurvrouw, die ik kende omdat ik onlangs een voorraad postzegels van haar overnam, had het bericht geplaatst. Ik voelde opeens weer hoe het was om liedjes te verzinnen, om melodieën uit te proberen, om gasten die kunnen spelen de kamer met muziek te horen vullen. En de piano kostte honderd euro. Dus ik antwoordde: graag!

De lente, de lente, / de lente is er weer! / Ik zie het aan de appel, / en ik zie het aan de peer. / Ik zie het aan de dartelende hond / en zelfs nog meer … En dan met een C-akkoord, via de G naar de Fis… jippie!