Columns

Geheim

Zeven jaar zat Het geheim van mooie dingen aan de Laarstraat. De tweedehands kledingzaak – waar óók snuisterijen, boeken, sieraden, kaarten et cetera te koop waren – werd gerund door Charlotte en groeide uit tot een begrip in ons stadje. Zoals de eigenares ooit door een plotseling gevoel werd aangespoord om de winkel te beginnen – ze schijnt tijdens een vakantie op de enige warme plek in hun Franse vakantiehuis, de oven, te hebben gezeten toen het tot haar kwam – zo duwde haar intuïtie haar nu juist weer van de winkel af. ‘Geen idee wat ik precies ga doen,’ zei ze tijdens het afscheidsfeestje dat ze onlangs met haar team vierde. ‘Het is best eng, en ik vraag me weleens af of ik gek geworden ben, omdat ik al dat moois achter me laat. Toch luister ik naar dat gevoel in mij.’

Waar vind je ze nog, mensen die zo goed luisteren naar hun innerlijke stem? Die zekerheden opgeven om hun intuïtie te volgen?
Ik overdenk de bovenstaande alinea op het traject Nijmegen-Zutphen, terwijl twee Pakistaans ogende zusjes tegenover me komen zitten. Ze waren met de hele familie ingestapt, wegens plaatsgebrek verderop in de coupé zijn ze teruggelopen naar de stoelen tegenover mij.
Ze dragen uitbundige jurkjes en kijken levendig om zich heen. Vooral het gezin dat aan de overkant van het gangpad zit, trekt hun aandacht. De moeder laat een enorme snoepzak rondgaan. Haar drie kinderen zoeken verrukt uit wat ze lekker vinden. ‘Ik wil een krokodil,’ roept een jongetje. ‘Ik een aardbeismaak,’ zegt zijn broertje. De moeder ziet hoe de mooi uitgedoste meisjes naar de snoepscène kijken. Als ze de puntzak er nog een keer bij pakt, kijkt ze eerst naar hen. ‘Willen jullie er ook één?’ vraagt ze.

‘Zit er varkensvlees in?’ vraagt het oudste zusje.

Het antwoord is ‘nee’, maar dat klinkt niet erg overtuigd. ‘Misschien wel gelatine,’ vervolgt de moeder. ‘Dat is van varkensbotten, toch?’

De meisjes kijken een beetje verschrikt en schudden hun hoofd tegelijk: ze willen niet. Gelukkig hebben ze al het een en ander kunnen snoepen, leid ik af uit de vlekken in hun jurken. Ik wijs erop. ‘We waren bij een kerkfeest,’ vertelt het grootste meisje. ‘Het was heel leuk en er was lekker eten.’
‘Zullen we ik-zie-ik-zie-wat-jij-niet-ziet doen?’ roept haar zusje er dwars doorheen. Ze wacht het antwoord niet af en begint. ‘… En de kleur is … blauw!’
‘De treinbank!’ roept haar zus, en daarna: ‘Jouw jurk, mijn jurk, de ogen van die mevrouw.’ Bij de laatste poging wijst ze naar mij. ‘Nee, nee, nee,’ kraait het jonge zusje, terwijl ze mij vragend aankijkt.

‘Is het de bril van die jongen?’ vraag ik.

‘Jaaaaa,’ roept ze, ‘jij bent!’

We spelen tot aan de eindhalte, eerst ik-zie, daarna ‘geen-ja-en-geen-nee’ en we lachen wat af, met de hele coupé. Terwijl we het perron aflopen, tik ik nog even op de hoofden van de zusjes, om dag te zeggen. ‘Was heel leuk!’ roepen ze. Ik knik met vuur. En denk weer even aan de winkel van Charlotte. Dát is het geheim van mooie dingen: de verbinding tussen mensen.