Columns

Beet

‘Heeft u enig idee hoelang ‘ie er al zat?’
Ik doe mijn ogen even dicht om na te denken. Wat is het beste antwoord? Hoe formuleer ik het?

‘Dat weet ik niet zeker,’ zeg ik dan. ‘Maar de jeuk begon tegen twaalf uur. Dus ik denk vanaf toen. En om één uur had ik hem eruit.’

Een teek kroop in me. Officieel spreek je van een tekenbeet, maar ik heb met een leesbril bekeken hoe zo’n beestje te werk gaat, en hij kruipt echt ín je huid. Hij eet zich naar binnen, zo lijkt het. Verticaal komt hij je lijf in, bek voorop.
‘Als-ie zo snel verwijderd is, is er weinig kans op gevaar.’
Ik zit bij de dokter, in dit geval bij een huisarts-in-opleiding, een jongeman die zijn woorden zorgvuldig kiest en een energieke uitstraling heeft.

‘Zullen we eens even kijken?’

We staan op van de gesprekstafel om naar de andere kant van de spreekkamer te lopen. Daar staat het behandelbed. Van tevoren had ik me licht druk gemaakt, omdat die teek zich natuurlijk net onder de rand van mijn onderbroek had genesteld, lekker gênant. Nu stond ik niet langer stil bij schone schijn of etiquette. Ik hees mijn jurk omhoog en toonde hem de plek, die zich inmiddels tot halverwege de rechterdij had uitgestrekt.

‘Hmmm, ik zie waarom u hebt besloten langs te komen,’ is de reactie van de arts. ‘Jeetje, wat een plek.’ Hij verliest even zijn formele taal en toon. Ik probeer aan zijn blik te zien hoe de jongeman de opgezwollen rode huid beoordeelt. ‘Ik pak even een meetlint,’ zegt hij.

Ik ben eerder door teken gebeten. Nooit had ik het idee dat het mis was. Gisteren wel. Ik ontdekte het toen ik even het balkon op ging, om een straal zon te genieten. Het was bijna lunchtijd, ik had binnen gewerkt, mocht even naar buiten van mezelf. We hadden een oppashond van de overburen, en voor we gingen wandelen, mocht ik even in het licht zitten. Hazel, ons eigen hondje, en Jolie, de logerende bordercollie, kwamen aan mijn voeten liggen. Een heerlijk tafereel om deel van uit te maken, ware het niet dat net op dat moment de kriebel begon. Of ik werd me er toen pas bewust van, dat kan ook.

Nadat ik mijn broek naar beneden had gedaan – bij honden kan dat zonder schroom, op ons terras ook, gelukkig – zag ik meteen het zich vastbijtende monster. Waar is de tekentang? Ik praatte tegen niemand in het bijzonder, de honden wierpen me verbaasde blikken toe. Waarom sprong ik alweer op, terwijl ze net lekker lagen?

‘Vijftien bij negentieneneenhalf…’ bromt de dokter, ‘ik ga u een antibioticakuur voorschrijven.’ Hij bergt zijn materiaal op, trekt het vinyl van zijn handen. ‘En denk erom, in verband met mogelijke bijwerkingen mag u de komende dagen de zon niet in.’

Als ik even later naar buiten loop om de honden uit de auto te halen – we gaan wandelen – trekt de hemel dicht.

Knipoog van de weergoden.