Columns

Agglomeraat

‘Nee, ik ben niet weersafhankelijk.’ Ik hoor het mezelf zeggen, als mensen vragen of ik niet somber word deze grijze dagen. De innerlijke overtuiging was er, maar ik begin eraan te twijfelen.
We zitten in koffiehuis Kaldi. Nog altijd denk ik met weemoed aan de tijd dat Marja Peters hier de scepter zwaaide, en bezoekende honden meer dan gemiddeld aandacht gaf, én koekjes. Mijn gespreksgenoot, die vertelde over haar herfstdepressie, is naar de wc. Ik hoor de dertigers (/veertigers? het is steeds moeilijker om leeftijden in te schatten naarmate ik ouder word) aan de belendende tafel, en ben even afgeleid door mezelf, vanwege deze bezigheid. Onlangs schreef ik over het begrip afluisterschaamte, een variant op de gêne om te vliegen. Vervult het me écht met schaamte om dialogen op gehoorafstand te volgen? Ik vind het best boeiend.

‘We komen bij Brummen, hè,’ zegt een vrouw in een hippe trui, ‘weet je dat al?’

‘Huh,’ reageert de ander, evenmin onmodieus gekleed, ‘hoe bedoel je?’

‘Nou, het is de bedoeling dat Zutphen en Brummen fuseren,’ zegt de eerste weer. ‘Ik las zoiets. Brummen heeft te weinig geld om de komende jaren overeind te blijven.’

‘Jee,’ is het antwoord. ‘Ben ik net verhuisd naar een klein stadje, verandert het in zo’n agglomeraat als waar ik vandaan kom.’

 

Inmiddels is mijn gezelschap weer aangeschoven. Ik vraag haar, zo zacht mogelijk, of ze het woord ‘agglomeraat’ vaak gebruikt. Het doet mij terugdenken aan de aardrijkskundelessen op de middelbare school. In mijn omgeving bezigt niemand het begrip. Ook mijn koffiegenoot heeft het idee dat het woord nog weinig gebruikt wordt. ‘Het staat toch voor een dichtbevolkt gebied?’ vraagt ze. ‘Volgens mij wel,’ zeg ik. ‘Het duidt op verstedelijking.’

Ons gesprek gaat weer verder over haar somberte en wat er mogelijk tegen te ondernemen is.

Eenmaal thuis ga ik op zoek naar informatie over mijn lacune in kennis; het was me volkomen ontgaan dat er een gemeentelijke fusie op het program staat.

Als ik de betreffende berichten lees, wordt duidelijk dat de koffiedrinkster in Kaldi enigszins vooruitloopt op de mogelijke feiten. Dat Brummen moet fuseren, lijkt vast te staan. De gemeente krijgt haar voorzieningen met steeds meer moeite op peil en heeft op termijn niet de capaciteit om zelfstandig te blijven functioneren. De afgelopen jaren zijn daarom twee scenario’s onderzocht: een fusie met Zutphen óf met Rheden.
De burgemeester van ons stadje lijkt enthousiast. Volgens Wimar Jaeger is het ook voor Zutphen zinvol om de samenwerking op te zoeken. Ik denk aan de nieuwjaarstoespraak van afgelopen januari, waarin hij benadrukte dat we harde noten moeten kraken met zachte woorden. Het lijkt me een hele klus om twee gemeenten te laten versmelten. Maar goed, burgemeesters worden dan ook naar inwoneraantallen betaald.

 

Als dit agglomeraat nodig is, laten we het dan inderdaad met zachte woorden smeden. En, ook belangrijk: met niet al te veel. Niet meer woorden dan er nodig zijn graag, dus liefst zonder oeverloze rapporten van externe adviesbureaus, bijvoorbeeld. Tot zover deze ongevraagd adviserende overpeinzing.

Het is tijd om met de hond te lopen. Ik kijk door het raam naar de loodgrijs geplaveide hemel en zucht diep. Ja, ik ben best weersafhankelijk. Onze hond trouwens ook.