Columns
Eke Mannink
Er slingert mist over het landschap om ons heen
van die kronkelige nevels die verdwijnen
als je wat langer naar ze kijkt, en weer verschijnen
verderop, als uit het niets, en dan alleen
als je niet staart. Want anders zijn ze zo verdwenen.
Op de cadans van de intercity maak ik een versje. Op weg naar Leeuwarden zie ik her en der over de velden witte slierten. Het zorgt voor een magisch decor, waarin je van alles kunt fantaseren. Ik ben onderweg naar een bijeenkomst over het boekenvak. Gelukkig had ik een tijdmarge ingebouwd. De reis begon met vijf minuten vertraging, de overstap in Zwolle bleek onhaalbaar, dus was er tijd voor een extra cappuccino.
In mijn hersenpan blijven de regels sudderen, maar ik heb last van rijmdwang. ‘Gewoon vrij door associëren,’ beveel ik mezelf. ‘Het hoeft niet te rijmen.’
Aan het uitzicht over de landschappen ligt het niet, maar inzicht en inspiratie blijven uit.
Eenmaal in de Friese hoofdstad beland ik in het welkomstwoord. De inleider vertelt over de organisatie die bibliotheken ondersteunt. Biblion beoordeelt onder meer of boeken geschikt zijn om te worden opgenomen in het aanbod. Vroeger ging dat met mensen, volgens de spreker hebben die allemaal hun baan verloren, omdat er ene A.I. in het spel is. Kunstmatige intelligentie verzorgt tegenwoordig het selectieproces. ‘Inmiddels heb ik door wat AI waardeert, en wat niet,’ vertelt ze. ‘Zo kom je geen bibliotheek meer in als er scheldwoorden in je boek staan, of beledigende uitspraken. En AI houdt niet van erotiek. Boeken met bedscènes worden geweigerd. Dat was vroeger toch echt anders.’
Op de terugweg, na een dag vol informatie, schiet me te binnen dat AI ook voor ‘ad interim’ zou kunnen staan, dat onder meer ’tijdelijk’ of ‘voorlopig’ betekent. Het zou mooi zijn als de hype rond kunstmatige intelligentie van korte duur zou blijken, dat lijkt me echter onwaarschijnlijk.
Op de meest onverwachte plekken duikt de simulatie van de menselijke intelligentie op. Ik heb vrienden die hun relatieperikelen aan ‘Chattie’ voorleggen, die hun diepste zielenroerselen online delen. Een buurtgenoot kookt niet alleen volgens AI, maar doet ook zijn boodschappenplanning – wat, waar, wanneer – geheel volgens digitale maatstaven. Even speel ik met het idee om een vervolg op het heenreis-versje aan Chat te vragen. Ooit verzocht ik hem een column te schrijven, sinds ik het abominabele resultaat onder ogen kreeg, besloot ik AI voor altijd af te zweren. Ik besluit bij dat besluit te blijven.
Even later loop ik het station uit. Ter hoogte van C&A komen de regels vanzelf. In mijn eigen stad. Uit mijn eigen hoofd.
Zo leert de ochtend me een ander soort van kijken:
niet grijpen, niet benoemen wat het was,
maar laten zijn wat zich slechts even heeft getoond.
Wie vangt, verliest. Wie achteloos voorbijgaat, mist.
Wat ons raakt, blijft hangen, juist misschien omdat
we het niet vasthielden, en zomaar lieten gaan.