Stedendriehoek

GOED BEKEKEN | Het verhaal van Nederland

Moet u eens lezen, of nou ja, u moet natuurlijk helemaal niets. Hoe dan ook, het was zo’n dag waarop de koolmezen in de stadsbomen verbaasd leken te zingen. Er hing vocht in de ochtendlucht, maar de zon ging schijnen. Het werd bij vlagen heet. Herfstheet. Kom daar nog maar eens om, deze dagen. Maar geen geklaag: de Indian summer is mooi geweest.

Ik had mijn vriend net weggebracht naar het ziekenhuis voor een ingreep en voelde me mismoedig en lichtelijk bezorgd. Wilde de auto op de Zaadmarkt parkeren, maar werd op de Pelikaanstraat al tegengehouden. Ik was even de kluts kwijt: er was toch geen markt? Nee, het was donder- noch zaterdag, maar het bekende ijzeren hek stond er wel en ik moest linksomkeert maken. Nu is dat tegenwoordig een eitje voor mij, want we rijden een heerlijk wendbaar wagentje (jaahaa, het rode monster van vorige week is ingeruild) en ik tufte langs de monnikskap zonder lichaam (u weet wel, die op die sokkel) om te parkeren op de Martinetsingel. Lopend moet het toch lukken om de Zaadmarkt te bereiken, dacht ik. Maar nee hoor. Achter de lijfloze monnik stond ook een hek. Niemand mocht onder de Drogenapstoren lopen. Dat kwam een hippe jongen me vertellen. ‘Het is wegens filmopnames!’ Hij klonk opgewonden, hoewel hij het waarschijnlijk al tientallen keren had uitgelegd aan voorbijgangers. Na mij kwam een groepje toeristen verhaal bij hem halen.

Ik was inmiddels doorgelopen, via de Paardenwal naar huis en deed wat ik doen moest. Vaat inruimen, artikel afronden, verzen-selectie maken, zoom-vergadering bijwonen. Pling. Eindelijk. Vriend kon weer appen – gelukkig. De ingreep was goed verlopen, hij moest nog even naar controle, maar ik mocht hem komen ophalen, had de verpleegkundige gezegd.

Ik sprintte naar de Zaadmarkt. Oef, o ja, bijna vergeten: filmopnames. Met een slinger bereikte ik de auto. Tijdens het instappen hoorde ik mussen, merels en mezen om ’t hardst tsjilpen in de boomkruinen.

Na het uitgelaten napraten over hoe alles gegaan was, de virusstand van zaken in ons ziekenhuis (op die dag waren er gelukkig nul ic-bedden bezet) en een koffiesessie bracht ik het autootje voldaan naar zijn plek. Teruglopend kon ik het niet laten een meisje van de productie te vragen wat er werd opgenomen in het steegje tussen Dat Bolwerck en de wijnhandel.

‘Het verhaal van Nederland,’ zei ze, even opkijkend van haar laptop, zittend op de laadklep van een van de apparatuurwagens. ‘Het is geen fictie, meer een soort documentaire,’ legde ze uit. ‘Over onze geschiedenis.’

Thuis zocht ik op het net en kwam te weten hoeveel subsidie voor deze film was verstrekt aan de makers. Het lukte niet om uit te vinden wanneer hij klaar moet zijn. Of op tv komt.

’s Avonds deden we een rondje met het hondje. Een deel van de crew was bezig met het opruimen van de laatste rekwisieten. Snoeren werden opgerold, lampen ingevouwen. De nacht was zwoel en de filmers leken tevreden. Hond snuffelde nog even op de plek waar de cateringwagen had gestaan, huppelde daarna verder. Wij achter haar aan. Zielstevreden Zutphenaren. De herfst kunnen we met een gerust gevoel in: het verhaal van Nederland ligt bij ons op straat.

Eke Mannink is schrijver & voormalig stadsdichter van Zutphen. Vanuit het hart van de stad houdt ze wat ze ziet poëtisch tegen het licht. Want als je goed kijkt, zie je méér. Iedere week weer.