Columns
Renske Kruitbosch
Steeds meer dertigjarigen wonen nog bij hun ouders. Ook wonen zij minder vaak samen met een partner, hebben minder vaak een kind en minder vaak een koopwoning.
Lees: de dertigers hebben eigenlijk helemaal niks. Ja, vrijheid. Maar wat koop je daar voor? In ieder geval geen woning.
Persoonlijk pakte ik m’n koffertje rond mijn achttiende. Ik kreeg uit mazzel een huurhuis zo groot als een konijnenhok en was de koning te rijk. Een eigen koelkast! Een eigen douche! Zelfs een eigen bank! De eerste weken spaghetti met tomatensaus, toen dat ging vervelen werd het aardappeltjes met snijbonen. U hoort: exotische taferelen daar bij juffie Kruit. Wat ben ik vaak op mijn snufferd gegaan. Wasjes drie dagen in de machine laten liggen, ik heb een keer een magnetronmaaltijd met zalm vergeten uit de magnetron te halen. U trekt nu uw neus op van het idee van die vieze geur, nou dat klopt ook wel zo een beetje. Ik had veel te weinig geld, veel te lelijke inrichting, veel te weinig vitaminen. Maar wat was ik trots en blij en wat heb ik in die jaren veel geleerd.
Jaren later zou ik met een vriendin samen gaan wonen. Voor de gezelligheid maar ook om de kosten een beetje te delen. Ikke de afwas, zij koken. Zij de was, ikke grasmaaien. Veel mensen vonden het gek – twee meiden in een huis. Waren we dan l-e-s-b-i-s-c-h? werd er spastisch gesuggereerd. Terwijl het een daalders mooie oplossing was.
Want even los van het woningtekort, het moge duidelijk zijn dat die woningmarkt één wilde kattenkermis is. Zijn we ook niet allemaal een beetje verwende sikken geworden? Het is ook niet snel goed, hè? Waarom worden er niet vaker woningen gedeeld? Het moet ook allemaal meteen dik en sjiek en vooral: alleen. Dus die dertigjarigen zonder kind, kraai of koopwoning – is dat omdat het nest van moeders ook niet gewoon heel lekker is? Is het wachten op een partner om samen een huis te kopen? Willen we niet meer huren? Zijn we ook met te veel singles en moet daar de huizenmarkt op worden aangepast? Moeten we met meer vrijgezellen in één hut? Een hoopwoning. Maar ja, waar moeten we dan met die toekomstig te fokken baby’s heen? Konijnenhokken.