Columns
Eke Mannink
Je zou zeggen dat het een open deur is, of een retorische vraag: Waar is het ’s nachts stiller: op het Italiaanse platteland, of in het hart van ons stadje? Dat kan niet missen. Denk je.
Het antwoord is onverwacht.
Ik ruilde van huis, drie weken lang. Op het moment dat u dit leest, zit ik nog op een onherbergzame plek op een Italiaanse berg. Binnenkort ruilen we terug.
Ik koos ervoor om tijdelijk tien kilometer landinwaarts van de Middellandse Zee te gaan wonen, in Ligurië. Om op twee honden te passen, die buiten leven en het terrein bewaken. Waar witte aubergines groeien, citroenen en vijgen aan de bomen hangen. Met een oprit die bestaat uit een helling van zo’n zevenenveertig procent (echt waar) én een haarspeldbocht.
Zij kozen voor centrum Zutphen, om familie te bezoeken en zakelijke dingen te regelen. Ze passen een deel van de tijd op hondje Hazel. Gelukkig klikt het. Ook hun honden heb ik in mijn hart gesloten. Een opgewonden bordercollie die het liefst de hele dag achter stokken aanrent, en een zware loebas die zijn taak om te waken in de nacht zo serieus neemt, dat-ie overdag meestal slaapt.
Maar waar is het ’s nachts nou rustiger, zou u denken? Die opmerking over de loebas stuurde u wellicht in de juiste richting. Inderdaad, in Zutphen is het stiller. Veel stiller.
De slaapkamer zit aan de achterkant van het huis en we hebben rustige buren, dat vooropgesteld. Toch vind ik het magisch om in het centrum van de stad omringd te worden door stilte. Vorige week woensdagavond was overigens een uitzondering. Via de buurt-app begreep ik dat het Zutphense Zomerfeest de toegestane decibellen zwaar overschreed. Enigszins bezorgd appte ik de tijdelijke bewoners van ons huis. Ze hadden het aan zien komen en waren de stad ontvlucht. Maar verder … ook zij ervaren ons stadje als een walhalla van rust.
Hier daarentegen rennen boomratten woest over het dak. De honden slaan geregeld aan en chauffeurs die de berg op of af rijden, toeteren vaak voordat ze een haarspeldbocht nemen. Op een vrijdagavond hoorde ik geregeld knetterende uitlaten en gierende remmen. ‘Misschien was er weer een racewedstrijd,’ zei een van de Italianen vanuit Nederland, ‘dat doen ze soms.’
Mooie bijkomstigheid van huizenruil is dat je je werkelijk een bewoner waant van je nieuwe thuisland. Zeker nu, na een paar weken, voel ik me een halve Italiaan. Met een beperkte woordenschat, dat wel. Dus podcasts luisteren doe ik nog altijd in het Nederlands. Vanavond stond ik de vaat te doen. Sinds ik Hedy d’Ancona ontmoette – zij was spreker op het PoëzieFeest deze zomer – luister ik af en toe naar de podcast van haar en haar dochter. Ze praten over van alles en nog wat. Volkomen onverwacht hoorde ik de oud-politica zeggen dat ze Zutphen zo’n culturele stad vindt. Ze was onlangs op de opening van het Cellofestival geweest en had genoten. ‘Net als een paar maanden terug op het poëziefestival,’ zei ze. ‘Dat is een compliment waard.’
Ik glom als mijn zojuist gedane vaat. Snel terug, dacht ik, naar mijn culturele stadje. Waar het ’s nachts zo stil is. Ik dacht even niet aan de kermis die, als ik goed ben ingelicht, op dit moment volop aan de gang is.
Arrivederci!