Algemeen
Dat Deventer precies hier ligt, is geen toeval. De oude stad is gebouwd op hogere zandkoppen langs de rivier, net hoog genoeg om bij hoogwater droog te blijven, maar dicht genoeg bij de oever om handel te drijven en schepen te ontvangen. Op deze plek kruiste van oudsher een belangrijke landroute de rivier: reizigers, kooplieden en pelgrims staken hier over. Waar zo’n kruispunt van weg en water ontstaat, volgt bijna automatisch een nederzetting met herbergen, werkplaatsen en een kerk. De IJssel was dus niet zomaar een decor, maar de reden dat hier een stad kón ontstaan en uitgroeien tot Hanzestad.
De IJssel oogt tijdloos, maar als rivier is hij verrassend jong. Het dal waar de IJssel doorheen stroomt, is al in de ijstijden gevormd door gletsjers, smeltwater en oude beken. Pas veel later, in de vroege middeleeuwen, begon de Rijn hier serieus water naartoe te sturen en werd de IJssel een echte zijtak met een eigen loop. De rivier zocht haar weg door het landschap, boog, meanderde en schuurde zichzelf die bekende brede, bochtige bedding. Deventer ligt precies op een gunstige plek in dat dal: hoog, goed bereikbaar en met uitzicht over de uiterwaarden. Als je nu over de kade wandelt, kijk je eigenlijk uit over een landschap dat door duizenden jaren waterwerk is geboetseerd.
In de vroege middeleeuwen was Dorestad, aan de Rijn, een van de belangrijkste handelsplaatsen van Noordwest-Europa. Toen Dorestad verviel door oorlog, plunderingen en veranderende handelsroutes, moest de handel nieuwe wegen vinden. De IJssel werd één van die nieuwe aders. Via deze rivier kwamen producten uit het Duitse achterland – zoals graan, hout en metaal – naar Deventer, en gingen van daaruit verder richting andere steden. Omgekeerd kwamen via Deventer en de IJssel producten uit Holland, Vlaanderen en zelfs van overzee weer het binnenland in. Zo schoof het economische zwaartepunt een stukje op en groeide Deventer uit tot een nieuwe spil in het netwerk van riviersteden.
In de tijd van de Hanze was de IJssel de snelweg van Deventer. Schepen voeren af en aan met vaten bier, balen wol, zakken graan, hout, vis, zout en luxe goederen. Langs de oever lagen los- en laadplaatsen, magazijnen en werkplaatsen. De jaarmarkten in Deventer leefden van die drukte op het water: als de schepen binnenkwamen, vulden herbergen, kelders en pakhuizen zich met kooplieden en hun waren. Zelfs het water in en om de stad werd aangepast aan de handel. Beken zoals de Schipbeek werden deels verlegd en aangesloten op de stadsgracht, zodat kleine schepen via dit stelsel dichter bij de markt konden komen. De IJssel en de grachten vormden samen een soort logistiek systeem avant la lettre, dat Deventer rijk en invloedrijk maakte.
De IJssel geeft, maar de IJssel neemt ook. Overstromingen, afkalvende oevers en verraderlijke stromingen zijn van alle tijden. Eeuwenlang hebben de bewoners langs de rivier dijken aangelegd, verhoogd en verlegd om hun huizen, akkers en de stad te beschermen. Boerderijen in de uiterwaarden werden op opgehoogde terpjes gebouwd, zodat het vee en de bewoners bij hoogwater droog bleven. In de moderne tijd is er een nieuwe fase aangebroken: niet alleen de rivier indammen, maar haar ook weer meer ruimte geven. Door uiterwaarden te verlagen, nevengeulen te graven en obstakels te verwijderen, kan de IJssel bij extreem hoog water uitwaaieren zonder dat Deventer meteen in de gevarenzone komt. Zo blijft het mogelijk om veilig te wonen, werken en recreëren aan een rivier die nog altijd in beweging is.