Algemeen
Een duurdere zorgverzekering, verlichting voor automobilisten en miljarden voor woningbouw en infrastructuur. De plannen die het kabinet op Prinsjesdag presenteerde, lijken vooral een Haagse aangelegenheid. Toch kunnen de gevolgen de komende jaren ook zichtbaar worden in Apeldoorn, Deventer en Zutphen.
Want Prinsjesdag gaat uiteindelijk niet alleen over miljarden op de rijksbegroting. Voor inwoners draait het om praktische vragen: hoeveel geld blijft er over aan het einde van de maand, wordt een woning beter bereikbaar en blijft de regio goed bereikbaar?
Koopkracht blijft onder druk
Voor de gemiddelde Nederlander brengt 2027 geen grote financiële sprong vooruit. Volgens het Centraal Planbureau gaat de koopkracht van huishoudens in doorsnee aanvankelijk met 0,1 procentpunt achteruit. De maatregelen van het kabinet verbeteren dat beeld met 0,2 procentpunt ten opzichte van de eerdere raming.
Het gaat om gemiddelden. Wat iemand daadwerkelijk merkt, verschilt per situatie. Een alleenstaande krijgt met andere veranderingen te maken dan een gezin met kinderen. Ook inkomen, het bezit van een koopwoning en zorggebruik spelen een rol.
De belangrijkste conclusie voor de portemonnee is daarom dat 2027 voorlopig geen jaar van grote koopkrachtwinst lijkt te worden.
Tanken wordt voorlopig niet duurder
Voor automobilisten is er wel concreet nieuws. Het kabinet trekt 1,4 miljard euro uit voor lastenverlichting aan de pomp via een korting op de accijns van benzine en diesel. Daarmee wil het kabinet voorkomen dat tanken door de accijnsmaatregel duurder wordt.
Dat kan in de Stedendriehoek snel merkbaar zijn. Veel inwoners reizen dagelijks tussen Apeldoorn, Deventer, Zutphen en omliggende plaatsen voor werk, onderwijs en voorzieningen. Voor mensen die afhankelijk zijn van de auto is de maatregel daardoor directer voelbaar dan veel andere onderdelen van de Miljoenennota.
Wonen: extra geld, geen snelle oplossing
Een belangrijk regionaal thema is de woningmarkt. Het kabinet wil jaarlijks 425 miljoen euro via beleidsmaatregelen investeren in woningcorporaties, zodat zij meer mogelijkheden krijgen om woningen te bouwen. Daarnaast wordt geïnvesteerd in infrastructuur.
Dat sluit aan bij de grote woningbouwopgave in de Stedendriehoek. Apeldoorn, Deventer, Zutphen en vijf omliggende gemeenten werken steeds meer samen aan wonen, werken en bereikbaarheid.
Voor woningzoekenden betekent extra geld echter niet dat er volgend jaar ineens veel meer betaalbare woningen beschikbaar zijn. Bouwprojecten vragen voorbereiding, grond, vergunningen, infrastructuur en voldoende capaciteit op het elektriciteitsnet. De landelijke investeringen kunnen wel helpen om lokale plannen sneller uitvoerbaar te maken.
Apeldoorn: 12.500 woningen
Apeldoorn gaat uit van ongeveer 12.500 nieuwe woningen tot 2040. Belangrijke ontwikkelingen liggen onder meer in de Kanaalzone en Spoorzone. Ook Veldhuis en Kayersmolen-Noord zijn belangrijke locaties.
De gemeente verwacht bovendien dat Apeldoorn vóór 2040 de grens van 180.000 inwoners bereikt. De groei van het aantal woningen vraagt daarom ook om voldoende scholen, wegen, openbaar vervoer, zorgvoorzieningen en energiecapaciteit.
Deventer: 11.500 woningen
Deventer wil tussen 2025 en 2040 ongeveer 11.500 woningen bouwen. Daarmee kan de stad naar verwachting met ongeveer 20.000 inwoners groeien.
Deventer kreeg bovendien van het Rijk de status van grootschalige woningbouwlocatie. Daarmee staat de gemeente sterker in gesprekken over woningbouw, infrastructuur en andere voorwaarden. Tot en met 2040 zijn in verschillende gebieden meer dan 6.000 woningen gepland.
Meer woningen kunnen op termijn de keuze voor woningzoekenden vergroten. Tegelijkertijd moet de groei samengaan met bereikbaarheid, scholen, zorg, groen en werkgelegenheid.
Zutphen: nieuwe bouwlocaties
Ook Zutphen werkt aan uitbreiding van de woningvoorraad. Belangrijke locaties zijn onder meer Leesten-Oost, Schouwbroek, Noorderhaven, De Hoven-Noord en Helbergen.
Een concreet voorbeeld is De Kleine Linie in Noorderhaven, waar ongeveer 225 woningen zijn voorzien. De voorbereidingen zijn gestart en volgens de huidige planning wordt de bouw in 2029 verwacht.
De landelijke woningbouwmaatregelen kunnen daarmee aansluiten op plannen die lokaal al in voorbereiding zijn.
Wegen, spoor en stroomnet
De groei van de Stedendriehoek brengt ook de vraag met zich mee hoe de regio bereikbaar blijft. Het kabinet investeert incidenteel 1,5 miljard euro en structureel 300 miljoen euro in infrastructuur, onder meer voor wegen, bruggen, dijken en spoor.
Dat is relevant voor een regio die flink wil groeien. Extra woningen betekenen immers ook meer inwoners die zich verplaatsen. Gelderland waarschuwt dat woningbouw extra druk op het regionale verkeersnet kan veroorzaken. Woningbouw en bereikbaarheid worden daarom steeds meer gezamenlijk bekeken.
Een andere randvoorwaarde is het elektriciteitsnet. Gelderland waarschuwt dat netcongestie woningbouwprojecten kan vertragen, omdat nieuwe wijken niet altijd op tijd kunnen worden aangesloten. Tegelijkertijd stijgt de vraag naar elektriciteit door onder meer warmtepompen, elektrisch koken en elektrische auto’s.
Wat merkt de inwoner?
Voor inwoners van Apeldoorn, Deventer en Zutphen zit de betekenis van Prinsjesdag vooral op twee momenten. Op korte termijn gaat het om de portemonnee: de koopkracht blijft gemiddeld onder druk, terwijl automobilisten verlichting krijgen via de accijnskorting.
Op langere termijn kunnen vooral woningbouw en infrastructuur zichtbaar worden. De drie steden willen groeien en krijgen daarbij te maken met dezelfde uitdagingen: voldoende woningen, bereikbaarheid, voorzieningen en ruimte op het elektriciteitsnet.
De grote vraag is daarom niet alleen hoeveel geld Den Haag beschikbaar stelt. De komende jaren moet blijken hoe snel dat geld wordt omgezet in woningen, wegen, spoorverbindingen en voorzieningen.
Voor de inwoner van de Stedendriehoek is Prinsjesdag daarmee vooral een verhaal over de toekomst van de eigen omgeving. De besluiten worden in Den Haag genomen, maar het resultaat moet straks zichtbaar worden in de straten van Apeldoorn, Deventer en Zutphen.