Politiek
door Thorsten van Wieren
STEDENDRIEHOEK – Voor de allereerste keer sinds de Tweede Wereldoorlog hebben we tijdens Prinsjesdag een begroting van een minderheidskabinet. Hoe moeilijk was de totstandkoming van een definitieve begroting voor deze Prinsjesdag in tegenstelling tot voorgaande jaren? Welke partijen stribbelden het meest tegen? Hierbij een duik in de geschiedenis van de begroting.
Dit jaar op dinsdag 15 september wordt de begroting voor het jaar 2027 traditioneel voorgelezen door de koning in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag. De begroting is alleen al deels uitgelekt, waardoor belangrijke veranderingen al online vindbaar zijn. Een belangrijk punt is dat de geplande stijging van €455 aan eigen risico van tafel is. Hierdoor blijft het voorlopig bij €385. Er zal meer geld vrijkomen om de koopkracht beter te ondersteunen. Nog twee grote punten: het minder hard snijden in uitkeringen en dat accijns op benzine en diesel minder snel wordt afgebouwd.
Net op tijd deadline gehaald
Doordat de D66, VVD en CDA geen meerderheid hebben in zowel de Eerste als Tweede Kamer, verliepen de begrotingsonderhandelingen dit jaar extreem moeizaam. Dit zorgde voor ongelijkheden in de Tweede Kamer. Waar D66 en CDA probeerden de plannen socialer te maken om PRO mee te krijgen, was VVD juist aan het proberen ze rechtser te maken. Dit omdat ze liever samenwerken met partijen als SGP en JA21. Het oorspronkelijke plan om ruim €6,3 miljard euro te bezuinigen is grotendeels van tafel. De coalitie wilde dit geld bezuinigen op de sociale regelingen waaronder de uitkeringen vallen: AOW, WW en WIA. Om PRO mee te krijgen in de onderhandelingen werden een paar harde eisen gesteld; de bezuinigingen op de zieken, werklozen en ouderen moesten direct van tafel voordat er überhaupt over steun gepraat kon worden. Na onderhandelingen is uiteindelijk door de geplande AOW-korting van €2,8 miljard definitief een streep gezet. Naast de AOW-korting is met de ingreep van het maximum dagloon ter waarde van €824 miljoen euro hetzelfde gebeurd. De VVD heeft uiteindelijk moeizaam ermee ingestemd, echter hebben ze wel gewaarschuwd dat dit de relatie met JA21 en de SGP onder druk zet.
Vergelijking met voorgaande jaren
Als we kijken naar de uiteindelijke totstandkoming van de begroting in 2024, was het ongekend spannend. In 2024 stond de oppositie (onder leiding van GL-PVDA) lijnrecht tegenover de coalitie. Wat een groot verschil is met 2026, is dat er een nadruk lag op de koersverandering van rechtse partijen. Zo werd er op ambtenaren bezuinigd en was er koopkrachtsteun voor de burgers. Het doel van de bezuinigingen was destijds het fundament leggen van speerpunten van de toenmalige coalitie: Defensie, strengere migratiemaatregelen en steun voor de agrarische sector. In de begroting van Prinsjesdag 2024 werd ook de lagere, eerste belastingschijf geïntroduceerd. Deze introductie zorgde ervoor dat Box 1 (inkomen uit werk en woning) vanaf 2025 uit geen 2 maar 3 schijven bestond. Het doel hiervan was werken meer te laten lonen. Een addertje onder het gras was dan wel weer het sneller afbouwen van de algemene heffingskortingen; dit zorgde ervoor dat de beloofde koopkrachtwinst voornamelijk bij degenen kwam met lagere inkomens en de echte middenklasse.
Het laatste minderheidskabinet voor kabinet-Jetten I
Het laatste minderheidskabinet dat we kennen voor kabinet-Jetten I, was het net voor de Tweede Wereldoorlog gevallen kabinet-Colijn V. Dit kabinet stamt uit 1939; Prinsjesdag 1939 was dan ook exact twee weken na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Hierdoor was de politieke sfeer heel anders dan anno 2026. Alhoewel toen eigenlijk kabinet-De Geer II aan de macht was, had Hendrikus Colijn (zie foto) zijn stempel al op de begroting en de politieke realiteit gedrukt. Op 19 september 1939, toen Koningin Wilhelmina de troonrede uitsprak, was het Nederlandse leger al gemobiliseerd. De sfeer was dan ook somber; alhoewel Nederland zich neutraal had verklaard, dreigde het gevaar alsnog. Colijns ideologie was dan ook uiterst voelbaar; zijn ideologie bestond uit de tering naar de nering zetten en de gulden koste wat het kost stabiel houden. Hierdoor werd ondanks de crisis toch bezuinigd op overheidsuitgaven en sociale steun, ook mocht de staatsschuld niet te ver oplopen. Dit leidde tot maatschappelijke armoede en politieke strijd. Iets wat destijds niet handig was, met het Duitse gevaar in het achterhoofd. Prinsjesdag 1939 markeerde dan ook het einde van 6,5 jaar Hendrikus Colijn. Hij had als bijnaam De Stalen Minister; die bijnaam kreeg hij door een ijzeren discipline en het niet afwijken van de aanpassingspolitiek (zijn strenge bezuinigingsbeleid).
Wat heeft kabinet-Colijn V de burgers gebracht?
Veel schade, om het zo te zeggen. Het aanhouden van de aanpassingspolitiek was een bijzonder slechte keus van het kabinet. Ook het opkomen van de stempellokalen zorgde voor scheve ogen. Een stempellokaal was niets meer dan een plek waar je één of twee keer per dag moest komen voor steun van de overheid. Mensen gingen steeds zwartwerken om een zakcentje bij te verdienen, de stempellokalen moest het zwartwerken tegenwerken. Terwijl Europa aan de vooravond stond van de Tweede Wereldoorlog, hield Den Haag zich meer bezig met de machtsstrijd dan er voor de burgers te zijn. Niet voor niets hield het kabinet slechts 16 dagen stand, er ging veel mis. Hiermee is het dan ook meteen het kortst zittende kabinet uit de Nederlandse geschiedenis.