Voetballen, daar begin je maar om één reden mee: omdat je het leuk vindt. De rood-gele sterrencast van 2025 begon zoals iedereen dat doet. In een shirt drie maten te groot, op een hobbelig bijveldje in een (middel)grote Europese stad. U speelde voor Overwetering, Daventria of Helios. Deze jongens voor Purmersteijn, VfL Osnabrück en Dahle IL – de eerste clubs van pakweg Llansana, Nauber en Sivertsen. Sommige van die gasten hadden ouders die op hoog niveau voetbalden. Papa Suray bij Anderlecht, de pa van Goudmijn was een fijne rechtsbuiten bij AZ.
Sommige spelers vielen metéén op. Van Antman is een reportage dat hij als Fins wonderkind bij Barcelona rondliep. Nauber won het EK Onder-17 met Duitsland. Suray, Sivertsen en Goudmijn zaten in de jeugdselecties van hun land. Anderen kwamen pas later bovendrijven. De Busser was ‘al’ 24 toen hij een basisplek kreeg in Lommel. Kramer stond dertien jaar ingeschreven bij AZ, maar brak nooit door in Alkmaar. Ze hebben alle 35 één ding gemeen: de weg naar De Adelaarshorst kwam met hobbels. Linthorst stond op het veld toen Ajax met 13-0 won van zijn VVV-Venlo. Tengstedt werd ooit weggestuurd bij zijn jeugdliefde. Victor Edvardsen ook, op 21-jarige leeftijd stopte hij daarna zelfs even met voetballen op serieus niveau. Stokkers is een eeuwigheid afwezig geweest met een akelige oogblessure.
Hoeveel van die 35 zullen – behalve Edvardsen, die het dus echt even deed – ooit aan stoppen gedacht hebben? Allemaal, toch? Breum, als iele puber, weggeblazen door potige Deense boerenkinkels, op een akker op het eiland Furen? Klagen tijdens de eindeloze terugrit naar Odense, je schenen bont en blauw, je telefoon vol foto’s van klasgenoten van de Tietgenskolen, op een mooie lentedag in het park met jointjes en de mooiste meisjes van de klas. Zit je dan. ‘s Avonds aan de eettafel: ‘Papa, mama, ik káp ermee.’ Papa en mama, ouders van nu, natuurlijk vol begrip. ‘Als jij dat wil, jongen…’
Jakob wilde dat niet. Ze wilden het allemaal niet. Ergens tussen je eerste wedstrijdje en het moment dat je met een badjas en een beker of een overwinning op Aston Villa van het veld loopt, verschuift bij de beste spelertjes de ambitie. Je begint omdat je ‘t gewoon leuk vindt, maar ergens onderweg komt het dromen. Champions League op televisie. Volle stadions, de beste teamgenoten, tegenstanders van wereldklasse. Driehonderd camera’s, dikke auto’s, knappe vrouwen. Anfield, Camp Nou, San Siro, het Westfalenstadion. Glamour en aandacht, zover het oog reikt. De spelers in het licht. De spelers die we zien. Maar als jongens in jeugdopleidingen weet je: de meeste spelers blijven voor eeuwig in het donker. Worden geen prof. En áls het al lukt, blijft het voor de meesten bij de anonimiteit van pakweg de Keuken Kampioen Divisie.
Alle jonge voetballertjes kunnen kijken naar Go Ahead Eagles in 2025: dit is wat er kan gebeuren als je de moed niet opgeeft. Ook als je op je zeventiende nog niet bij Barcelona en in Oranje speelt, is alles nog mogelijk. Het is de triomf van het doorzetten. Van Jakob die op een ijsbaan in Sittard het jaar inluidde met een van de beste individuele optredens ooit in een Eagles-shirt. Van Luca Plogmann, die daags na een enorme teleurstelling toch de kracht vond om er te stáán in de bekerwedstrijd tegen FC Twente, op die ijskoude maar kolkende januari-avond aan de Vetkampstraat.
Van Milan, die gehaald was als eerste spits, maar door onverwachte transferwendingen ineens een poos op zijn kans moest wachten. Grommend, getergd, geërgerd, ongeduldig liep de Drentse jongen over het trainingsveld. Hij had zich mopperend gehouden. Toen zijn kans kwam, tegen FC Groningen, meldde hij zich meteen met de winnende treffer. Het was die eerste wonderweek van 2025 waarin alles zich al aftekende wat we nog zouden gaan zien. Dit was een Go Ahead Eagles met lef, met volop individuele kwaliteit, zonder angst. En het belangrijkste van alles: een ploeg die nog liever stierf dan opgaf. Ook Ajax had het lastig met de rood-gele strijders, maar won eind februari wel met 2-0, mede door een goal van de naar Amsterdam vertrokken Oliver Edvardsen. Erger nog: smaakmaker Breum haakte af met een voetbreuk.