Sport

Column: Samen gestreden voor eer en glorie van stad en club

Dit verhaal is voor de 35 Eagles in 2025: Jari, Mats, Gerrit, Joris, Dean, Evert, Enric, Jakob, Victor, Oliver A., Oliver E., Søren, Julius, Robbin, Mathis, Milan, Luca P., Aske, Calvin, Robbin, Oskar, Pim, Oscar, Finn, Luca E., Ofosu, Sven, Nando, Thibo, Xander, Richonell, Yassir, Melle, Kenzo en Giovanni.

Voetballen, daar begin je maar om één reden mee: omdat je het leuk vindt. De rood-gele sterrencast van 2025 begon zoals iedereen dat doet. In een shirt drie maten te groot, op een hobbelig bijveldje in een (middel)grote Europese stad. U speelde voor Overwetering, Daventria of Helios. Deze jongens voor Purmersteijn, VfL Osnabrück en Dahle IL – de eerste clubs van pakweg Llansana, Nauber en Sivertsen. Sommige van die gasten hadden ouders die op hoog niveau voetbalden. Papa Suray bij Anderlecht, de pa van Goudmijn was een fijne rechtsbuiten bij AZ.

Sommige spelers vielen metéén op. Van Antman is een reportage dat hij als Fins wonderkind bij Barcelona rondliep. Nauber won het EK Onder-17 met Duitsland. Suray, Sivertsen en Goudmijn zaten in de jeugdselecties van hun land. Anderen kwamen pas later bovendrijven. De Busser was ‘al’ 24 toen hij een basisplek kreeg in Lommel. Kramer stond dertien jaar ingeschreven bij AZ, maar brak nooit door in Alkmaar. Ze hebben alle 35 één ding gemeen: de weg naar De Adelaarshorst kwam met hobbels. Linthorst stond op het veld toen Ajax met 13-0 won van zijn VVV-Venlo. Tengstedt werd ooit weggestuurd bij zijn jeugdliefde. Victor Edvardsen ook, op 21-jarige leeftijd stopte hij daarna zelfs even met voetballen op serieus niveau. Stokkers is een eeuwigheid afwezig geweest met een akelige oogblessure.

Hoeveel van die 35 zullen – behalve Edvardsen, die het dus echt even deed – ooit aan stoppen gedacht hebben? Allemaal, toch? Breum, als iele puber, weggeblazen door potige Deense boerenkinkels, op een akker op het eiland Furen? Klagen tijdens de eindeloze terugrit naar Odense, je schenen bont en blauw, je telefoon vol foto’s van klasgenoten van de Tietgenskolen, op een mooie lentedag in het park met jointjes en de mooiste meisjes van de klas. Zit je dan. ‘s Avonds aan de eettafel: ‘Papa, mama, ik káp ermee.’ Papa en mama, ouders van nu,  natuurlijk vol begrip. ‘Als jij dat wil, jongen…’

Jakob wilde dat niet. Ze wilden het allemaal niet. Ergens tussen je eerste wedstrijdje en het moment dat je met een badjas en een beker of een overwinning op Aston Villa van het veld loopt, verschuift bij de beste spelertjes de ambitie. Je begint omdat je ‘t gewoon leuk vindt, maar ergens onderweg komt het dromen. Champions League op televisie. Volle stadions, de beste teamgenoten, tegenstanders van wereldklasse. Driehonderd camera’s, dikke auto’s, knappe vrouwen. Anfield, Camp Nou, San Siro, het Westfalenstadion. Glamour en aandacht, zover het oog reikt. De spelers in het licht. De spelers die we zien. Maar als jongens in jeugdopleidingen weet je: de meeste spelers blijven voor eeuwig in het donker. Worden geen prof. En áls het al lukt, blijft het voor de meesten bij de anonimiteit van pakweg de Keuken Kampioen Divisie.

Alle jonge voetballertjes kunnen kijken naar Go Ahead Eagles in 2025: dit is wat er kan gebeuren als je de moed niet opgeeft. Ook als je op je zeventiende nog niet bij Barcelona en in Oranje speelt, is alles nog mogelijk. Het is de triomf van het doorzetten. Van Jakob die op een ijsbaan in Sittard het jaar inluidde met een van de beste individuele optredens ooit in een Eagles-shirt. Van Luca Plogmann, die daags na een enorme teleurstelling toch de kracht vond om er te stáán in de bekerwedstrijd tegen FC Twente, op die ijskoude maar kolkende januari-avond aan de Vetkampstraat.

Van Milan, die gehaald was als eerste spits, maar door onverwachte transferwendingen ineens een poos op zijn kans moest wachten. Grommend, getergd, geërgerd, ongeduldig liep de Drentse jongen over het trainingsveld. Hij had zich mopperend gehouden. Toen zijn kans kwam, tegen FC Groningen, meldde hij zich meteen met de winnende treffer. Het was die eerste wonderweek van 2025 waarin alles zich al aftekende wat we nog zouden gaan zien. Dit was een Go Ahead Eagles met lef, met volop individuele kwaliteit, zonder angst. En het belangrijkste van alles: een ploeg die nog liever stierf dan opgaf. Ook Ajax had het lastig met de rood-gele strijders, maar won eind februari wel met 2-0, mede door een goal van de naar Amsterdam vertrokken Oliver Edvardsen. Erger nog: smaakmaker Breum haakte af met een voetbreuk.

Zat er alsnog een wonderweek aan te komen? Óh jawel. PSV-uit, een rotloting in de halve finale van de beker. De 0-1 was een triomf van afspraken: hoeveel overuren zijn er de laatste jaren wel niet geklokt om spelhervattingen tot ultiem wapen te maken? Nauber bekroonde het werk door de afspraken perfect na te leven. En dan die 0-2. Hoe kreeg Victor Edvardsen het voor elkaar om in het spoor van sneltrein Antman te blijven? Een ijzeren wil. Na tienduizend sprints in het donker op trainingsvelden of tijdens amper bezochte wedstrijden, was dit dé kans om een keer in het licht te verschijnen. Antman monteerde de lamp, Victor had zo hard gerend dat hij alleen het knopje nog maar moest indrukken: 0-2. PSV kwam terug, maar rood-geel tandvlees kan ook gezond tandvlees zijn. Nauber en Kramer lieten ongelofelijke dingen zien. Llansana en Linthorst liepen elk gaatje dicht. Sleurend, piepend en krakend haalde Go Ahead het einde. Haalde Go Ahead de finale. En drie dagen later: gewoon hetzelfde. Adelgaard, nog zo’n jongen die maar op zijn kans had gewacht en gewacht, om uiteindelijk op de hem vrij onbekende rechtsbackpositie te belanden. En dan ook maar meteen tegen Noa Lang. De getructe linksbuiten kwam er niet aan te pas.

Lang scoorde wél, overigens, met het nodige geluk zette hij de landskampioen op 1-2. Het was enkel de opmaat naar een krankzinnige tweede helft. Een penalty werd ingetrokken, een schitterende goal van Pettersson omdat er ergens een teennagel buitenspel had gehangen. Go Ahead beukte door en door op die Brabantse poort, die uiteindelijk instortte. Edvardsen met de 2-2, waarna een cursus counteren voor ver gevorderden begon. Antman kon vijf minuten voor tijd al 3-2 maken na een perfecte uitbraak. De eerste keer scoorde de Fin niet, maar amper een minuut later schoot hij wél binnen. Ruim veertig jaar won Kowet niet van PSV. Nu twee keer in een jaar. Ineens lukte alles. De geest ging niet meer terug in de fles.

Misschien wel de beste wedstrijd van het jaar volgde in maart, uit bij NEC. Het werd 2-3, maar 0-5 was logischer geweest. Deijl was die middag in Nijmegen rechtsback én rechtsbuiten. Voor James gold hetzelfde. Hij moest clubicoon-in-wording Bas Kuipers opvolgen, en deed dat zo overtuigend dat niemand het nog over het toch altijd goede spel van de intens geliefde Amsterdammer had. Het is dat NEC-keeper Roefs een topdag had, anders was het een monsterscore geworden. Voor de bekerfinale deed Go Ahead zichzelf nog twee keer tekort. Bij Feyenoord door nipt te verliezen ondanks twee goals van wereldklasse, tegen FC Utrecht door na een werkelijk duivels goed halfuur terug te vallen zodat het uiteindelijk 2-2 stond.

Sneller dan iedereen het doorhad stond ineens half Deventer in De Kuip, op die onvergetelijke paasmaandag. Er werd nog getwijfeld: zou er genoeg vraag zijn naar de achttienduizend kaartjes in Rotterdam, die nog stevig geprijsd waren ook? Nou: in no time waren ze verdwenen, waardoor er zelfs jacht gemaakt werd op andere vakken. Hoe het afloopt, u weet het. In De Kuip werden ze allemaal helden. Kramer en Nauber door elke bal weg te koppen. Adelgaard als buitengewoon sterke stand-in voor Dean James, Llansana en Linthorst die heersten op het middenveld. De Busser die na de 1-0 van Troy Parrott met meerdere topreddingen zorgde dat er nog een kansje bleef, zorgde dat Deijl na honderd minuten voetbal de belangrijkste trap uit zijn loopbaan mocht nemen. Vanaf elf meter schoot hij de finale naar de verlenging. Nog meer keihard werken: Weijenberg als invaller, net als Pettersson en Tengstedt. Aanvallen wilde niet meer, maar op karakter die penaltyreeks. Deijl scoorde weer. Smit ook. Tengstedt ook – tikkie geluk, eerlijk over zijn, en Jari had er al een gepakt. En hij pakte er nog eentje. Matchpoint. Dirksen. Dirksen?! Ja, Dirksen, de undercover penaltyspecialist die nog geen bal geraakt had, pas één minuut in het veld stond. Hij schiet ‘m binnen, en vanaf dan is 21 april 2025 een dag voor eeuwig. De foto’s in groene badjassen kunnen in elk plakboek. Op het veld van De Kuip, twee dagen later voor een eindeloze mensenzee langs de IJssel in Deventer. Wat deze spelers in hun verdere loopbaan nog gaan doen: ze zijn voor altijd bekerwinnaar van 2025.

De zomer was relatief rustig. Antman en Llansana gingen, net als trainer Paul Simonis, voor hem kwam Melvin Boel in de plaats. Ook Melle Meulensteen, Kenzo Goudmijn, Richonell Margaret, Yassir Salah Rahmouni en Giovanni van Zwam mogen zich sinds de laatste transferperiode een Eagle noemen. De licht gewijzigde groep bleef het rood-gele publiek maar voorzien van onvergetelijke wedstrijden. Nog niet in de Johan Cruijff Schaal, Go Ahead was in Eindhoven sterk maar kon de kampioen nét niet driemaal op rij vloeren. Nadat ook de Europese ouverture een teleurstelling werd, leek de Deventer koek voor 2025 op. Daar was mee te leven geweest, meer dan. De beker gewonnen, niet met een pretroute maar langs serieuze hobbels als Twente, PSV en AZ: zeker voor Eagles onder de vijftig is het een absurd idee. Het winnen van de beker, daarmee was al verzekerd dat dit bijna voorbije jaar zou gelden als het mooiste in de naoorlogse clubgeschiedenis.

En toch, en toch, en toch. Toch knaagde er iets na die wedstrijd tegen dat lepe gezelschap uit Boekarest. FCSB-thuis: van de acht wedstrijden de enige waar vooraf vermoed werd dat er écht iets te halen viel. De Roemeense grootmacht verkeerde in enorme crisis, en gaf inderdaad flink wat kansen weg om te scoren. Als je die verliest, zo werd geredeneerd: waar ga je dan in vredesnaam je punten halen? Stel je voor: heb je voor het eerst een serieuze reeks in Europa, en dan haal je misschien wel geen enkel punt binnen. Of zelfs geen doelpunt. Dan blijven er prachtige reisjes over: zelfmedelijden lost moeiteloos op in glazen Grieks, Oostenrijks of Frans bier. Pinten zijn een zekerheid, maar punten zouden toch ook wel lekker zijn in het licht van al dat gezeik over ‘of Go Ahead wel iets in Europa te zoeken heeft’. Zo’n Europees avontuur gaat natuurlijk over veel meer dan het sportieve, maar op dat punt zouden de cynici gelijk kunnen krijgen.

Tot die magische zomernacht in Griekenland, tot de twee heerlijke voorzetten van James en de twee intikkers van Smit. De buikschuivers op het Monastiraki-plein, de massale omboekingen vanwege de staking, de stress over kaartjes, de urenlange ophokking in het ongezellige uitvak van dat reusachtige stadion: er was heroïek voldoende voordat een bikkelend Kowet ervoor zorgde dat de trip ook sportief een absoluut hoogtepunt werd. Panathinaikos werd verslagen. Plicht gedaan? In zekere zin wel: met het kabouterbudget van Go Ahead Eagles mag je op het Europese toneel verder niet zo veel verwachten.

Ze waren nog niet klaar: op een stormachtige herfstavond waren er nog veel meer heldenrollen te vergeven. Suray omdat hij scoorde, Deijl omdat hij óók scoorde. Maar wat te denken van, andermaal, De Busser? Of van Meulensteen, die na een akelige blessure voor Nauber een rijtje terugzakte en een uitstekende partij op de mat legde? Smit, die al na een paar wedstrijden wat Europese slimmigheidjes had opgedaan waarmee hij zijn ploeg soms wat rust verschaft? Of die jonge Salah Rahmouni, die een dag voor de wedstrijd hoorde dat hij zijn basisdebuut zou maken tegen een ploeg van wereldklasse en rondliep alsof hij met zijn vrienden in Amsterdam-West op het pleintje speelde? De Adelaarshorst zong, schreeuwde, bibberde, kolkte zoals het oude voetbalkathedraaltje in al die jaren maar heel zelden zó heftig deed. Uiteindelijk was het voldoende voor misschien wel de meest legendarische uitslag in de clubgeschiedenis. Go Ahead Eagles – Aston Villa: 2-1.

En de hoofdrolspelers? Die hebben er zelf amper van genoten. Dat viel te verwachten: zes dagen na het winnen van de beker leverde Go Ahead misschien wel zijn knapste prestatie van het seizoen: voldoende hersteld zijn om in Almere een punt af te snoepen van een tegenstander die de overwinning absoluut had kunnen gebruiken. Dat je dan drie dagen na Aston Villa ook van Excelsior wint: het tekent deze groep. Ze gaven Deventer dit jaar handenvol herinneringen die voor eeuwig zijn, en genoten er zelf maar amper van. Genieten? Da’s voor later, zo was het antwoord elke keer dat het onderwerp ter sprake kwam. De mannen zijn hard voor zichzelf.

Medelijden hoef je er niet mee te hebben, voetballers. Ze hebben zichzelf dit jaar in het licht gezet, zijn voor eeuwig helden in Deventer en omstreken en krijgen bovendien prima betaald voor het uitvoeren van hun hobby. En toch zou je hopen dat ze tijdens de korte winterstop, thuis bij familie op de bank, na een copieus diner, toch even op de bank duiken. Toch éven YouTube op, toch heel even genieten van die beelden. Allemaal voorbij. Mathis tegen Twente, Gerrit tegen PSV, Mats tegen AZ, Milan in Athene, Mathis en Mats tegen Aston Villa en Feyenoord. De krantenkoppen, de commentatoren, het geschreeuw: mannen, één avondje om ervan te genieten, dat moet toch kunnen. De bescheidenheid en rust rondom Go Ahead Eagles is een deugd: iedereen werkt het lekkerst in de luwte. Toch zorgt het er ook voor dat er misschien niet genoeg aandacht is voor het ongekende, historische, fantástische 2025 van Go Ahead Eagles waarin alle verwachtingen meermaals verder zijn overtroffen dan iemand ooit voor mogelijk had gehouden.

Het Jaar van het Licht. Het jaar van Jari, Mats, Gerrit, Joris, Dean, Evert, Enric, Jakob, Victor, Oliver A., Oliver E., Søren, Julius, Robbin, Mathis, Milan, Luca P., Aske, Calvin, Robbin, Oskar, Pim, Oscar, Finn, Luca E., Ofosu, Sven, Nando, Thibo, Xander, Richonell, Yassir, Melle, Kenzo en Giovanni. Mannen: bedankt. Wij hebben genoten. Ik hoop jullie ook. Een beetje, dan. Fijne dagen!

Jan Willem Spaans