Columns

De nok

Het gaat slecht met de wereld; de leiders die we hebben gekozen of zichzelf slinks op het pluche hebben gemanoeuvreerd zijn incompetent, machtswellustig, oorlogszuchtig en inhalig en doen ondertussen of ze met ons, het klootjesvolk, het beste voor hebben. En nog erger: veel mensen vinden dat ook echt. Of ze durven niet openlijk toe te geven dat ze destijds in het stemhokje een cruciale fout hebben gemaakt. Ondanks dat alles draait de aarde gewoon door en zitten de theaters ook in deze verwarrende tijden vol met bezoekers, vlak voor een voorstelling op het oog zorgeloos babbelend en in blijde afwachting van wat ze over enkele minuten voorgeschoteld gaan krijgen. Wat zegt dat eigenlijk over ons?
Dat bedacht ik allemaal terwijl ik zelf in de nok zat van zo’n theater, wachtend op het begin van een voorstelling. Zo hoog had ik nog nooit gezeten in deze schouwburg, recht vooruit keek ik pardoes tegen de hanenbalken aan. Het podium leek weggezonken in een immens sinkhole. Je kunt dus ook last van hoogtevrees in een theaterzaal hebben. Ik probeerde me, nogal kinderachtig misschien, voor te stellen dat ik de macht had over iedereen die zich onder mij bevond. Wat zou ik daarmee gaan doen? De man naast me was kennelijk ook overvallen door zijn plotselinge machtspositie. In tegenstelling tot zijn vrouw, die enthousiast over de reling hing, zat hij stokstijf in zijn stoel en durfde amper naar beneden te gluren. Dat werd nog een lange zit. Ik ging ervan uit dat hij de hele voorstelling met gesloten ogen zou gaan ondergaan, luisterend naar de geluiden en teksten die hopelijk verstaanbaar tot hiertoe zouden opstijgen, onderwijl het visuele gedeelte van de voorstelling er zelf bij fantaserend. Eenmaal weer veilig thuis zou z’n partner hem ongetwijfeld volledig bijpraten over wat hij had gemist.
Dat was trouwens heel wat, maar daarover een andere keer. Wat me ook altijd opvalt tijdens theaterbezoek: het geluid van het welverdiende slotapplaus is nog niet weggestorven of een gedeelte van het publiek staat zich alweer voor de garderobe te verdringen om het pand zo snel mogelijk te kunnen verlaten. Hebben ze achteraf toch last van theaterschaamte of willen ze gewoon, en da’s heel erg Hollands, nog wat aan hun avond hebben?