Algemeen

SER: ‘Versterk het ondernemersklimaat in Overijssel’

De oproep is besproken door Frank Oostdam, Clazinus Netjes, Monique Daamen en Ingrid Oonk (namens de SER Overijssel) met gedeputeerde Erwin Hoogland en Cees Dijkhuizen (namens de provincie Overijssel). De brief is door Frank Oostdam, de voorzitter van de SER Overijssel, overhandigd aan Andries Heidema, Commissaris van de Koning.

DEVENTER/REGIO – De Sociaal Economische Raad (SER) Overijssel roept de provincie Overijssel op om het ondernemersklimaat sneller en gerichter te versterken. De raad waardeert dat Gedeputeerde Staten zijn gestart met de ‘Verkenning 2050: Ondernemen in Overijssel’, maar benadrukt dat ondernemers nu al tegen grenzen aanlopen.

Ondernemers in Overijssel ervaren steeds vaker knelpunten rond ruimte, energie, water, vergunningverlening, personeel en regeldruk. Die onzekerheid remt investeringen in groei, innovatie, verduurzaming en kwaliteit van werk. Volgens de SER Overijssel ligt hier een duidelijke opgave voor de provincie, juist omdat zij op veel van deze randvoorwaarden invloed heeft.

De provincie bepaalt mede de ruimtelijke en economische kaders waarbinnen bedrijven kunnen ondernemen. Zij maakt keuzes over ruimte voor wonen, werken, natuur, water en mobiliteit. Ook speelt zij een rol bij de programmering van bedrijventerreinen, bereikbaarheid, energie-infrastructuur, toekomstbestendige werklocaties, innovatie, mkb-ondersteuning en arbeidsmarktbeleid.

De SER Overijssel vraagt daarom om meer duidelijkheid, meer regie en betere afstemming met Rijk en gemeenten. In de praktijk ontstaan belemmeringen doordat gemeentelijk beleid en provinciale kaders niet altijd goed op elkaar aansluiten. Gemeenten verwijzen soms naar provinciale regels, terwijl ondernemers niet altijd duidelijk krijgen waar een beperking precies op is gebaseerd. Dat zorgt voor vertraging en onzekerheid bij uitbreidingsplannen en vergunningstrajecten.

Volgens de SER Overijssel moet de provincie haar kaderstellende rol sterker benutten. Bij de programmeringsafspraken over bedrijventerreinen kan zij samen met gemeenten sturen op voldoende ontwikkelruimte, betere benutting van bestaande terreinen en duidelijke keuzes over welk type bedrijvigheid waar past.

Daarbij geldt: het juiste bedrijf op de juiste plek. Bij waterintensieve industrie ligt terughoudendheid voor de hand, gezien de druk op de watervoorziening. Tegelijk kan ruimte nodig zijn voor bedrijven met groot strategisch belang voor Overijssel, zoals hoogwaardige technologische industrie en de chipsector. Bij distributiecentra moeten arbeidsmarktkrapte, kwaliteit van werk en druk op woonvoorzieningen enerzijds en de betekenis van de centra voor de regionale maakindustrie en het functioneren van bredere productieketen anderzijds, nadrukkelijk worden meegewogen.

Een sterk ondernemersklimaat is volgens de SER Overijssel ook een sterk werknemersklimaat. Bedrijven die kunnen investeren zorgen voor werkgelegenheid, scholing, duurzame loopbanen en regionale binding. Daarom zouden bedrijven die investeren in vaste banen, vakmanschap, veilige arbeidsomstandigheden en brede welvaart, extra aandacht moeten krijgen bij toegang tot schaarse ruimte, energie en ondersteuning.

De SER Overijssel erkent dat niet alle knelpunten door de provincie alleen kunnen worden opgelost. Wel kan de provincie knelpunten actief agenderen richting het Rijk en regionaal de regie nemen waar dat kan.

De adviesraad vraagt om versnelde bestuurlijke inzet in deze én de komende beleidstermijn. Door knelpunten sneller weg te nemen, regeldruk waar mogelijk te verminderen en duidelijkheid te bieden over ruimtelijke en beleidsmatige kaders, blijft Overijssel een provincie waar bedrijven willen ondernemen, investeren en groeien.