Zorg
door Sanne Appelhof
Het komt niet vaak voor, een horend kind dat opgroeit met dove ouders. Ik (net 19) ben daar een van. Ze noemen mij ook wel een ‘child of deaf adults’ (CODA)-kind. Als CODA-kind groei je op in twee werelden: als horende in de horende wereld en als gebarentaalgebruiker in de dovenwereld. Omdat ik kan horen werd ik al op jonge leeftijd ingezet als tolk voor mijn ouders. Inmiddels ben ik dit gewend en gaat het automatisch, maar dat is niet altijd zo geweest.
Als jong meisje opgroeien in een doof gezin is in eerste instantie normaal, want je bent niet anders gewend. Totdat je naar de basisschool gaat, want dan leer je ineens een andere omgeving kennen. Op school werd er helemaal geen aandacht besteed aan de dovenwereld. Afspreken bij vriendinnen is ook anders, want daar wordt wel met verbale woorden gecommuniceerd. Ik vond het altijd spannend om vriendinnen mee naar huis te nemen, want wat nou als ze het heel gek vinden? Als ik kinderen meenam naar huis zeiden ze wel eens: “Schreeuw eens heel hard tegen je ouders, ze horen het toch niet”. Zulke opmerkingen werden er altijd gemaakt. Ik begreep nooit waarom andere kinderen dat zo bijzonder vonden. Als klein kind had ik geen voorbeeld om me heen. Ik kende geen andere kinderen met dove ouders. Dit gevoel liet me weleens alleen voelen. Thuis was alles normaal, maar in de horende wereld was ik bijzonder en een buitenbeentje. Op de basisschool heb ik presentaties gegeven over gebarentaal en hoe het is om dove ouders te hebben, omdat ik graag begrip wilde.
Stil in huis
Mijn moeder is slechthorend. Zonder haar gehoorapparaten hoort ze vrijwel niks. Mijn vader hoort helemaal niks. Inmiddels zijn mijn ouders uit elkaar en woon ik bij mijn moeder. Vroeger was dat natuurlijk heel anders. Ik kwam thuis in een stil huis. Het geluid van de televisie is uit en er is geen muziek. Je komt niet de deur binnen met een “hallo”, maar je loopt naar je ouders toe om ze te groeten. De gesprekken zijn kort, omdat mijn vader doof is geboren. Het is dus veel moeilijker om gesproken taal te leren en te beheersen. Het zijn altijd korte en makkelijke woorden. Ik wil veel vertellen, maar ik moet er rekening mee houden dat ik makkelijke taal moet gebruiken. En bij mijn moeder moet ik rekening houden dat ik niet te snel praat en goed articuleer, anders ontbreken er delen uit mijn verhaal.
Gesprekken voeren
Ik heb geen makkelijke jeugd gehad. Op de basisschool ben ik gepest en buitengesloten. Ik maakte dus heel veel mee en was vaak verdrietig en boos. Hoog in je emoties is gebarentaal bijna onmogelijk. Je wilt zoveel zeggen, maar ik wist niet waar ik moest beginnen. Gelukkig kon ik met mijn moeder er wel over praten, maar dan moest ik eerst tot rust komen. Ik zie mijn vader nog regelmatig. Ik vertel hem graag wat ik allemaal meemaak en waar ik allemaal mee bezig ben. Ik wil graag dat hij trots op mij is. Helaas is dat soms nog lastig en liggen we niet altijd op één lijn. De gesprekken blijven kort en dat gaat ook nooit veranderen. Ik ben ermee opgegroeid en ik ben het nou eenmaal gewend. Bij mijn moeder thuis kan ik erop loskletsen wat ik wil, maar dan moet ik wel oogcontact houden en goed articuleren. Een gesprek voeren vanuit de keuken naar de woonkamer kan niet. Ik neem dus de tijd om een goed gesprek te voeren en daar goed voor te zitten.
Een voorbeeld voor anderen
Nu in het heden is gebarentaal genormaliseerd. Het komt vaker voor op televisie en in het nieuws. CODA-kinderen hebben nu voorbeelden om naar op te kijken. Ook op scholen wordt er meer aandacht aan besteed. Ik vind het jammer dat ik dit voorbeeld niet had als kind. Al mijn vrienden weten van mijn situatie af en zijn heel respectvol. Ik heb altijd wel wat te vertellen en vroeger was daar niet altijd de ruimte voor. Ik heb nu de juiste mensen om mij heen en kan alles kwijt en van mij afgooien. Intussen heeft mijn moeder samen met vrienden een organisatie opgezet in Winterswijk om doven en slechthorende mensen in contact te brengen met elkaar. Ze komen vanuit allerlei plaatsen in Nederland. Zo brengen ze mensen bij elkaar, omdat het soms nog lastig is voor mensen met een gehoorbeperking om nieuwe contacten te maken, zeker als je nieuw bent in de dovenwereld.
Ik ben heel trots op mijn ouders en ben ze erg dankbaar voor mijn opvoeding. Ik heb het niet altijd makkelijk gehad, maar het heeft mij wel gevormd tot de persoon die ik ben op de dag van vandaag. En stiekem is het tof om gebarentaal te beheersen, want ik leer mensen altijd iets nieuws.