Stedendriehoek

Twintiger

Mijn dochter is eenentwintig en druk bezig met het bouwen van haar eigen bestaan. Op die leeftijd ligt alles nog open. Veel dingen mislukken en andere dingen krijgen al vorm… Om begrijpelijke redenen zal ik niet te veel prijsgeven over haar geluk, struggles en succesjes. Het lijkt me wel voldoende als ik wekelijks uit de school klap over mezelf, ja toch?

Maar ik kan natuurlijk wel terug naar mijn eigen jaren als twintiger… Ik vond het een lastige periode en ik kreeg moeilijk grip op het leven. Voor mijn gevoel begreep niemand wat ik wilde, ik prutste maar wat aan, ik was onzeker over mijzelf en overschreeuwde dat vervolgens.

Eigenlijk is het gek dat ik mij zo voelde. Want achteraf gezien bouwde ik van mijn twintigste tot mijn vijfentwintigste aan de basis van mijn bestaan. De studie journalistiek was toevallig op mijn pad gekomen, maar bleek een schot in de roos. Mijn eerste boek verscheen en ik mocht werken voor mooie kranten. Ook mijn man Silvester leerde ik in deze periode kennen.

Is dat hoe het voor mijn dochter ook zal gaan? Niet iedereen zal dezelfde fase als de lastigste aanwijzen, maar misschien zegt ze later hetzelfde. Geen idee. We moeten het afwachten.

Het liefdesverdriet van een twintiger vond ik het meest afschuwelijk. Je hebt nog geen idee of het volgende vriendje de ware zal zijn – in principe weet je zelfs niet of de huidige het al is. Als ik erover klaagde tegen mijn moeder, dan zei ze altijd: “Kind, bij mij mislukte het ook steeds tot ik je vader tegenkwam. Je hebt er maar eentje nodig met wie het lukt.”

Laatst hoorde ik mezelf dat aan mijn dochter zeggen. De uitspraak van oma naar moeder naar dochter… Nu nog even afwachten wat er gebeurt.



Overal waar je kijkt, zie je nieuw leven

“In mei leggen alle vogels een ei, behalve de koekoek en de griet, want die leggen in de meimaand niet, aldus een Oudhollands gezegde. En dat is niets te veel gezegd, ontdek ik tijdens mijn dagelijkse ronde met de hond langs het water. Overal waar je kijkt zie je nieuw leven: waterhoentjes, eendjes, gansjes, het kan niet op. En de eerste geboortegolf is misschien al voorbij, maar de tweede alweer op komst, gezien de vele knobbel- en andere zwanen die er nog broeden. Vaak stilletjes in het riet waar niemand ze ziet. Maar kom je toch te dichtbij, dan krijg je te doen met vader zwaan die het nest met zijn leven beschermt. Mooi toch?”

Marianne Steenbergen

 



De tulp is mijn lievelingsbloem

Juliëtte, 40 jaar, Deventer: “Mensen vinden het heel stom, maar ik hou niet van verse bloemen. Je hebt een mooie bos, die zet je in een vaas. Na een paar dagen zijn ze uitgebloeid en dan heb je zo’n snotterige, moerasachtige drek in de vaas. Daarna heb je die stengels in je vuilniszak en moet je zoeken naar een plek waar je ze kwijt kunt. Die smerige snotvaas moet je afwassen, want die past natuurlijk niet in de vaatwasmachine. Ik ben blijer met een plant, daar heb ik veel langer plezier van.”

 

 

Ganna, 45 jaar, Apeldoorn: “Ja, de witte! Die wilde ik op mijn bruiloft, maar toen was het niet het seizoen, dus toen moest ik voor mijn tweede keuze gaan en dat waren orchideeën. Een witte tulp mag altijd, die is prachtig. My very favorites. Ik vind de rondingen van de tulp mooi en de zachtheid en speelsheid. De vorm van de blaadjes – alles. Een supermooie bloem. Tulpen, ik koop ze, ik krijg ze en ik laat ze in plantenbakken wild groeien. Ook het geluid dat een verse tulp maakt, bijna piepend, fantastisch.”

 

 

Saniye, 41 jaar, Apeldoorn: “In de tulpenperiode is het echt mijn lievelingsbloem. Ik koop regelmatig bosjes en dat vind ik helemaal leuk. Dan koop ik drie bossen en die ga ik mixen en mengen. Met alle kleuren door elkaar heen en grillige uiteindjes, dat vind ik het leukste. Ik hou ze kort, want ze groeien in de vaas nog enorm. Maar goed, dan heb ik ook drie flinke bossen om een plekje te geven en soms is het nog zoeken naar de ruimte waar ik ze allemaal kwijt kan.”