Columns

ApoldroNU – Sprookjesachtig

Arnold Zweers

Betere reclame kon Apeldoorn niet krijgen dan anderhalve week geleden, De Opening, opvolger van de Amsterdamse Uitmarkt. Eén avond heb ik mogen meemaken, de vrijdag op het Marktplein; de andere was ik bezet door een privé-uitje èn de 42ste editie van het jaarlijkse feest in onze ruim honderd jaar oude straat in Apeldoorn Oud-West. En dat was ook weer geweldig.

Volgende maand presenteer ik mijn nieuwe, vijfde boek. Daarover binnenkort meer in deze krant. Klein onderdeel daarin is een mini-vervolg op mijn eerste boek Popsporen uit 2014. Daarin heb ik het over de talloze interviews die ik in de loop der tijd had met internationale sterren als The Who, Slade, onze eigen Golden Earring, Marco Borsato, René Froger, noem maar op. Muziek van toen. Wat gingen mensenmassa’s daarvoor uit hun dak.

Maar als ik dan de tieners zag en ook kinderen vanaf vijf, zes jaar en hun ouders, hoe die op ons straatfeest uit hun dak gingen met muziek van nu… Allemaal Nederlandstalig, ze zongen het woord voor woord mee. Het soort liedjes?

Meau: Dans met m’n ogen dicht. Roxy Dekker: Ga dan. Hannah Mae: Waterdicht. Froukje: Nooit meer spijt. Flemming: Als je gaat. Zomaar wat titels.

Het enthousiasme van die kinderen en hun jonge ouders vond ik heerlijk om te zien. Je realiseert je dan hoe popmuziek, ergens in de jaren vijftig van de vorige eeuw ontstaan met rock ’n roll, Chuck Berry, Elvis Presley, Cliff Richard, Buddy Holly, evolueert en met de generaties mee beweegt. Voelde ik me die avond op het straatfeest een ouwe lul? Welnee, ik genoot juist van het enorme plezier dat muziek mensen, groot en klein, bezorgt.

En dat plezier beleefden duizenden mensen ook bij de vele live-acts (Waylon, Rondé, musicals) op de schitterend aangelichte podia van Paleis Het Loo, Raadhuisplein en Marktplein en de anderhalf miljoen tv-kijkers thuis. Die een sprookjesachtig Apeldoorn voorgeschoteld kregen waar geen enkele peperdure reclamecampagne tegenop kan.

Hulde aan Orpheus-directeur Mirjam Barendregt die dit voor elkaar heeft gebokst. Als voor volgend jaar geen andere stad de vinger opsteekt moet Apeldoorn maar roepen: die Opening, laat ons het maar weer doen.

Tot volgende week!