Columns
Arnold Zweers
Het was al zes dagen pikdonker ’s avonds en ’s nachts in onze straat in Apeldoorn Oud-West. Niet dat gedoofde straatlantaarns nou zo’n vreselijke ramp zijn. Mogelijk wel voor sommige bewoners, zeker toen er op een avond dichte mist stond.
Ik herinner me de verhalen van mijn vader, geboren in 1907, die had meegemaakt dat er in Wormingen, het toen agrarisch gebied dat we tegenwoordig kennen als Apeldoorn-Zuid, helemaal geen openbare verlichting was. De eerste gaslantaarns werden geplaatst in de Dorpsstraat, op het Raadhuisplein en langs invalswegen als de Arnhemsche Straatweg. Je moest je huisje aan het zandpad dat nu Hofveld heet maar op de tast zien te vinden als je van de Koninginnekermis op Marialust afkwam of van de zaterdagse ‘scharrelavond’ op de Loolaan. Ik probeerde me voor te stellen hoe het is als ons nu al overbelaste stroomnet het helemáál begeeft.
Bij het langsfietsen dacht ik: even de werkmannen aanspreken. Die groeven tegen de klippen op. Diepe sleuven in de straat haaks op de mijne. Er was een nieuw transformatorhuisje geplaatst, daar hoorden dikkere elektriciteitskabels bij, en daar was vast iets misgegaan. De gravers, voor de verandering eens geen Bulgaren maar ‘echte Hollandse jongens,’ zeiden: bel Liander.
Daar – voor u vast herkenbaar – zonk ik een half uur weg in een moeras berucht als ‘toets 1 voor…, toets 5 voor, toets 7 voor…’ Na ‘Sylvia,’ de virtuele woordvoerder die alleen standaardvragen kon beantwoorden maar daarbuiten sprakeloos bleek (ook herkenbaar?), kreeg ik toch een man van vlees en bloed aan de lijn. In gebrekkig Nederlands maakte de callcentrist me duidelijk dat ik voor storingen ín de woning bij zijn Liander moest zijn, maar voor straatlantaarns (ook via Liander-leidingen!) bij de gemeente Apeldoorn.
Met ‘Ik ben Ton Heerts, de burgemeester’ werd ik opgewekt verwelkomd; maar direct belandde ik weer in dat modderbad van wachttijden en doorkiesnummers. ‘Sylvia’ ontbrak. De gemeenteambtenaar die ik uiteindelijk te pakken kreeg, sprak de bijzondere woorden: ‘voor dit soort klachten moet u bij Liander zijn.’ Ik gaf het op.
Toen, de zevende avond: er was licht. Zouden mijn telefonades dan toch geholpen hebben? Ik zal ze nog eens bellen.
Tot volgende week!