Columns

ApoldroNU – DijsselBosz

Twee voortrekkers van het ongekende succes van Brainport Eindhoven zijn Apeldoorners. Peter Bosz, hier geboren en nog steeds woonachtig, bezorgde met zijn ploeg PSV het derde landskampioenschap. De burgemeester van ’s lands snelst groeiende stad Jeroen Dijsselbloem beleefde zijn jeugd in Apeldoorn, was leerling op het Christelijk Lyceum.

In het Oostbrabantse lukt meer dan in het Oostveluwse. Ook hier dus maar die mega-groei? Asjeblieft niet. Maar een beetje spirit van de zuidelijke metropool zou beslist welkom zijn. Waar Apeldoorn (bijna 170.000 inwoners) amper zeshonderd woningen per jaar bouwt, zetten ze er in Eindhoven (250.000) fluitend 2000 neer.

Aan de ambitie nog veel harder te groeien werkt de Rijksoverheid flink mee. Twee jaar geleden pompte Rutte 1,7 miljard in woningbouw, infrastructuur en onderwijs om wereldtopper ASLM voor Eindhoven te behouden. En nu, twee jaar nadien, lanceert de Lichtstad een giga-plan met een nieuwe ‘campus’ voor de chipmachinefabrikant met 15.000 werknemers bij Eindhoven Airport en 17.000 extra woningen. Klap op de vuurpijl: PSV breidt het Philips Stadion uit tot 58.000 plaatsen (meer dan de Amsterdamse Arena).

Wat is dat in Brabant? Ons kent ons? Van oudsher na de kerk zakendoen in de kroeg? Bij ‘de voetbal’ geen gezeik zoals bij Ajax. Een doe-mentaliteit ontstaan bij familiebedrijven Philips en Van Doorne (DAF), tegenwoordig Jumbo en Van de Leegte (VDL). Trouwens, vlak de TU niet uit.

Dat vroegere handjeklap kan niet meer. Maar kennelijk kan  binnen de wettelijke kaders toch meer dan hier. De (oud-)Apeldoorners Bosz en Dijsselbloem floreren daarin. Vanzelfsprekend tekende Bosz twee jaar bij. In mijn boek ‘Apeldoorn in de steigers’ (2019) was hij kritisch op zijn woonplaats: ‘Mensen met lef en initiatief worden door de gemeente tegengewerkt.’ Rond de eeuwwisseling was Bosz coach bij AGOVV. Na  getrek aan een dood paard haakte hij af en belandde na omzwervingen in Eindhoven.

Maar ach, wat zeur ik. Ik zag op tv dat Stadhuisplein waar PSV zijn kampioensfeest vierde: zo foeilelijk. En dacht zaterdag toen ik over ons eigen gezellige Raadhuisplein en tussen de kramen op het Marktplein wandelde: nee, niet Eindhoven de schoonste, ons Apeldoorn de schoonste. Maar nòg schoner met een halfmiljardje of zo van Jetten.

Tot volgende week!