Columns
Arnold Zweers
Het moest er een keer van komen: ratten op straat in ons eigen keurige Apeldoorn. Ze lopen in en rond de grote bloembak op het Marktplein. Mensen zitten te snacken en gooien de restanten achteloos in het struikgewas. Afval dumpen naast de wijkcontainer is ook een 055-sport. Overal waar eten is, daar komen ratten op af, muizen, marters. Allemaal geen lekkerdjes.
Ik had ooit dwerggeitjes, lieve dieren. Plotseling zag ik een hele rattenfamilie. Ik rilde ervan. Ze zaten in een kringetje op de stenen vloer van de schuur waar de geitjes en kippen ’s nachts verbleven. En ja, daar was voer.
Daags erop kocht ik bij de dierenwinkel aan de Beekstraat rattengif. Ik heb het één keer gestrooid en geen rat meer gezien. Jaren later liepen mijn vrouw en ik op een avond door Phnom Penh, de hoofdstad van Cambodja. We werden vergezeld door een heel bataljon rennende ratten die zich te goed deden aan de bergen afval die in de berm werden gedumpt. Wij waren de enigen die er acht op sloegen.
Op het strand lag het oude omaatje van de strandtenthoudster vredig te slapen in een hangmat pal boven een aan etensresten knagende rat. We dachten in dat verre oord: gelukkig hebben we dat in ons schone Holland niet. Maar dat was te vroeg gejuicht.
We waren soms voor een tijdje in Amsterdam. En zagen dan vanuit het appartement waar we verbleven enorme hoeveelheden afval die zich ophoopten bij de containers die te weinig werden geleegd. En als dat gebeurde, duurde het nog drie dagen voordat de veegploeg kwam om de achtergebleven stinkzooi op te ruimen. Perfect voor de rat, ziektenverwekker bij uitstek.
Ja, ja, Ratterdam. Gelukkig geen Ratteldoorn, dachten we toen. Maar zie, nu drentelen ze over ons Marktplein, ’s nachts ook over het Raadhuisplein en elders in de binnenstad. Rattengif gebruiken mag niet meer. In de hoofdstad is – las ik in Het Parool – bijna geen rattenbestrijder meer te vinden. Want die lui – doeners, geen studiebollen – gaan niet eerst een dikke pil met voorschriften doorworstelen voor ze aan de slag kunnen.
Ratverdamme.
Tot volgende week!