Columns
Arnold Zweers
Arnold Zweers
Weer een jaar voorbij, ik heb nog altijd geen student zien lopen over de studentenbrug van één miljoen. Wel een man die daar driemaal daags zijn hond uitlaat. En de hond die zijn behoefte doet. Driemaal plons in het midden van het kanaal.
Kennelijk hebben ze in het Apeldoorns Stadhuis weleens moeite met zorgvuldig omgaan met onze belastingcenten. Al jaren zitten we met een Markthal (kostte dik vier miljoen) zonder programmatische invulling. Geen wekelijkse antiekmarkt, zoals in Maastricht of op het Rembrandtplein. Geen sporters op zondagmiddag. Of een leuk horecapaviljoen annex terras op de grens van zon en schaduw.
Ik was eens met mijn gezin in Hotel Oranjeoord. De kerstboom met amper ballen of lampjes viel al uit terwijl het lichtjesfeest nog moest beginnen. De ober slofte lusteloos over het versleten tapijt van de krakende vloer. We kregen smakeloze fabrieksappeldrap met een waterige dot slagroom. En dan hadden we nog niet eens achter de wanden gekeken.
Dat hadden de gemeenteambtenaren ook niet gedaan alvorens ze in opdracht van burgemeester en wethouders het verlopen hotel voor bijna vier miljoen kochten om er asielzoekers te huisvesten. Want er sliepen nog hotelgasten, het zou gênant zijn om aan te kloppen en te vragen: mag ik even…? Daarom misten ze de lijken die naderhand uit de wandkasten tuimelden.
De overheidsdienaren die dat al vreesden, liepen in de bestuurskamers tegen een muur. Ook toen ze voorzichtig opperden: stikstof kan weleens roet in het hoteleten gooien. Nee, die aankoop móest doorgaan. En nu moppert de gemeenteraad over verspilling van ons belastinggeld. Heeft u de bedragen opgeteld: samen ruim negen miljoen. Maar heeft onze volksvertegenwoordiging van tevoren wel goed nagedacht en doorgevraagd over die studentenbrug en dat hotel? Of met de vuist op de tafel geslagen, zo van: wethouders, dóe eindelijk iets met die houten folly?
Ik heb Deejay Haagse Kees eens horen zingen: ‘Oh Apeldoorn, jij stad van mooie tuinen…’ Pal voor mijn huis krijg ik een tuintje in de stoep. De tegels zijn al gelicht. Er komt een boompje in. Da’s nou eens goed besteed belastinggeld. Ik heb de werkmannen koffie gebracht. Met koek: smákelijke koek.
Tot volgende week!