Stedendriehoek
De Tweede Wereldoorlog liet diepe sporen na in Apeldoorn. Wat begon als een relatief rustige bezetting, eindigde in jaren van onderdrukking, verzet, deportaties en uiteindelijk bevrijding. In dit verhaal nemen we je mee door de oorlogsjaren in Apeldoorn; van de inval tot het moment dat de Canadese troepen op 17 april 1945 de stad binnentrokken.
De bezetting begint
Op 15 mei 1940, een dag na de capitulatie van Nederland, kwamen de eerste Duitse soldaten Apeldoorn binnen. Er werd niet gevochten, de stad werd zonder slag of stoot ingenomen. Aanvankelijk leek het leven zijn gang te gaan. Winkels gingen open, markten draaiden door, maar al snel werd duidelijk dat er weinig normaal zou blijven. Bonkaarten werden ingevoerd, er kwam een avondklok en steeds meer Joodse inwoners werden buitengesloten van het maatschappelijk leven.
Verzet groeit, onderdrukking neemt toe
In de eerste jaren van de oorlog ontstonden er verzetsgroepen in Apeldoorn. Ze verspreidden illegale kranten, hielpen onderduikers, vervalsten documenten en verstoorden de Duitse plannen waar mogelijk. Tegelijkertijd nam het geweld van de bezetter toe. Razia’s, gijzelingen en fusillades werden ingezet om het verzet te onderdrukken. Veel mannen werden gedwongen om in Duitsland te werken. Zij die weigerden, moesten onderduiken.
De deportatie van Het Apeldoornsche Bosch
Een van de meest aangrijpende gebeurtenissen in Apeldoorn tijdens de oorlog was de ontruiming van de Joodse psychiatrische instelling ‘Het Apeldoornsche Bosch’. In de nacht van 21 op 22 januari 1943 omsingelden Duitse troepen het terrein en voerden bijna 1.200 patiënten en begeleiders af. Deze mensen werden gedeporteerd naar Auschwitz en vrijwel allemaal vermoord. Het was een gruwelijke nacht waarin kwetsbare mensen, vaak in pyjama en zonder enige uitleg, uit hun bedden werden gehaald en op transport gezet.
Later in de oorlog gebruikten de Duitsers het leegstaande terrein van Het Apeldoornsche Bosch als opslagplaats en executieplek. In oktober 1944 werden daar acht verzetsstrijders, onder wie leden van de Vrije Groep Narda, gefusilleerd. Ook twee geallieerde piloten werden daar geëxecuteerd.
De Vrije Groep Narda en verzetsdaden
De Vrije Groep Narda was een Apeldoornse verzetsgroep, vernoemd naar de dappere Meinarda (Narda) van Terwisga. Zij hielpen onderduikers, brachten voedsel naar kampen en verborgen geallieerde piloten. De groep werkte in stilte maar met groot risico. In september 1944 werd de groep verraden. Op 2 oktober 1944 werden zes leden van de groep gefusilleerd op het terrein van Het Apeldoornsche Bosch, samen met twee geallieerde vliegers. De Duitsers legden hun lichamen neer met bordjes met daarop het woord ‘Terrorist’, bedoeld als waarschuwing aan anderen.
Razzia’s en executies
Apeldoorn werd tijdens de oorlog zwaar getroffen door represailles. Op 2 oktober 1944 werden acht willekeurige mannen geëxecuteerd als vergelding voor een vermeende sabotageactie. Hun lichamen werden op verschillende plekken in de stad neergelegd, een gruwelijke boodschap aan de bevolking.
Op 2 december 1944 volgde een massale razzia op het Marktplein. Honderden mannen tussen 17 en 40 jaar werden opgepakt en naar Duitsland afgevoerd om daar dwangarbeid te verrichten. Velen kwamen terecht in erbarmelijke omstandigheden in kampen zoals Rees. Sommigen keerden nooit meer terug.
De actie bij Woeste Hoeve
In maart 1945 vond vlak bij Apeldoorn de beruchte aanslag bij Woeste Hoeve plaats. Verzetsstrijders, vermomd als Duitse soldaten, probeerden een auto te stoppen die ze dachten te kunnen overvallen. In de auto zat echter SS-generaal Hans Rauter. Hij raakte zwaargewond, maar overleefde de aanslag. De Duitse reactie was wreed. Als vergelding werden ruim 260 verzetsmensen en burgers geëxecuteerd op verschillende plekken in Nederland, waaronder in de omgeving van Apeldoorn. De gevolgen van deze actie waren dramatisch en schokten de hele regio.
Het munitiedepot bij Hoog Soeren
In de bossen bij Hoog Soeren, ten westen van Apeldoorn, richtten de Duitsers een enorm munitiedepot in met de codenaam ‘Lützow’. Er lagen duizenden tonnen munitie opgeslagen in meer dan honderd bunkers. Toen de geallieerden in april 1945 naderden, probeerden de Duitsers het depot op te blazen. Dat lukte deels, maar het verzet had sabotage gepleegd waardoor niet alles tot ontploffing kwam. De knallen waren tot in de wijde omtrek te horen. De dorpsbewoners van Hoog Soeren werden geëvacueerd en pas weken later kon het gebied worden opgeruimd.
De bevrijding van Apeldoorn
In april 1945 rukten Canadese troepen vanuit het oosten op richting Apeldoorn, als onderdeel van ‘Operatie Cannonshot’. De stad was zwaar verdedigd door Duitse troepen en bruggen waren opgeblazen. Het verzet wist de Canadezen te waarschuwen dat de Duitsers zich terugtrokken. Daardoor werd een gepland grootschalig bombardement op het centrum van Apeldoorn op het laatste moment afgeblazen. De stad werd grotendeels gespaard voor verwoesting.
Op 17 april 1945 reden Canadese tanks via de Deventerstraat Apeldoorn binnen. Inwoners kwamen massaal naar buiten om de bevrijders te verwelkomen. De vreugde was enorm. Na vijf lange jaren van onderdrukking en angst was de vrijheid terug.
Na de oorlog: herdenken en herstellen
Na de bevrijding vestigde prins Bernhard tijdelijk zijn hoofdkwartier op Paleis Het Loo. De wederopbouw begon, maar het verdriet en verlies bleven voelbaar. Meer dan 300 Joodse inwoners van Apeldoorn keerden niet terug. Verzetsstrijders waren omgekomen, gezinnen waren verscheurd en trauma’s waren diepgeworteld.
In de jaren daarna werden in Apeldoorn meerdere monumenten opgericht. Deze herinneren onder andere aan de deportaties, de razzia’s, de fusillades en het Apeldoornsche Bosch. Elk jaar op 17 april en op 4 mei wordt stilgestaan bij de oorlogsslachtoffers. De stad onderhoudt tot op de dag van vandaag een warme band met Canada, de bevrijders van Apeldoorn.
Conclusie
De oorlogsjaren in Apeldoorn vormen een indringend hoofdstuk in de geschiedenis van de stad. Van de deportaties vanuit Het Apeldoornsche Bosch tot de moed van het verzet, de razzia’s, de executies en uiteindelijk de bevrijding; elk moment vertelt iets over de veerkracht en het doorzettingsvermogen van de inwoners. Door te blijven herdenken en verhalen door te geven, zorgt Apeldoorn ervoor dat de lessen uit die donkere periode niet verloren gaan.