Stedendriehoek

Column: Groen DoenDuurzaam Denemarken

Eerder dit jaar was ik in Kopenhagen. In de Deense hoofdstad wordt niet alleen design, maar ook duurzaamheid met een hoofdletter ‘D’ geschreven. Dat merk je al voordat je in Kopenhagen bent geland. Want vanuit het vliegtuigraampje zie je Middelgrunden liggen, een windpark in de Sont dat in 2000 is gebouwd. Met z’n twintig turbines was het destijds ‘s werelds grootste windpark op zee – een uithangbord voor Denemarken als windenergiepionier. De Denen vinden windturbines intussen zo normaal, dat ze zoeken naar nieuwe wegen om hun land te verduurzamen. Klimaatverandering, groene energie en het milieu staan bovenaan de agenda.

De Deense duurzaamheidsambities zijn hoog. Zo heeft de gemeente Kopenhagen een uitgebreid klimaatplan opgesteld dat bestaat uit honderden maatregelen en projecten. Voorbeeld: om te voorkomen dat delen van Kopenhagen overstromen in geval van overmatige neerslag, legt het stadsbestuur ‘wolkbreukwegen’ aan: straten die zo zijn ontworpen dat regenwater makkelijk wordt opgenomen of wegvloeit naar parken, reservoirs of het havengebied. Bij de bouw van nieuwe woonwijken worden natuurlijke materialen zoals hout en gras volop gebruikt. En in de wijk Nordhavn analyseren onderzoekers de energieconsumptie van bewoners en bedrijven om op basis daarvan slimme oplossingen te bedenken die energie kunnen besparen. Duurzaamheid is ook in het bedrijfsleven gemeengoed. Neem de Lidl-vestiging in de wijk Valby: de supermarkt is gebouwd van gerecycelde bakstenen en benut geothermische energie en restwarmte.

Verder worden de Denen gestimuleerd tot mileuvriendelijk gedrag. In kantines van overheden, maatschappelijke instellingen en scholen is afvalscheiding vanzelfsprekend, evenals biologisch eten. Ook in winkels en de horeca kom je de woorden ‘organic’ en ‘økologisk’ om de haverklap tegen. Of het nu gaat om boter, bier of een broodje worst, er bestaan overal ecologische varianten van. In Kopenhagen bedraagt het aandeel biologische voeding al 17 procent van de totale voedingsomzet, het hoogste percentage in heel Denemarken en bijna vier keer zo hoog als in Nederland. En het houdt niet op bij eten: in de stad kwam ik zelfs een ecologische kapperszaak tegen.

Qua fietsgebruik heeft Kopenhagen een inhaalslag gemaakt. Sinds 2012 is het aantal inwoners dat naar het werk fietst gestegen van 52 naar 62 procent. Dat ligt niet alleen aan de sterk verbeterde fietsinfrastructuur. Als duurzaam vervoer is fietsen ook ‘in’. Toen ik in Kopenhagen was, vertelde iemand me dat de Deense kroonprins Frederik elke dag fietsend zijn hond uitlaat. Hem heb ik niet gezien, maar wel zijn ouders: koningin Margrethe II en prins-gemaal Henrik. Want de avond voor mijn vertrek liep ik toevallig bij paleis Amalienborg, waar ik het koninklijk paar achterin een auto zag stappen die daarna wegzoefde. Of het een elektrische auto was, kon ik in de gauwigheid niet zien. Maar de duurzame Denen kennende, zou me dat niets verbazen.

Gert-Jan Hospers