Algemeen

Elf Stolpersteine voor gezin

Esther Weijel-Kastan en haar dochter Anneke in Zutphen. (Foto: Joods Monument)

ZUTPHEN – Volgend voorjaar wil de Stichting Stolpersteine Zutphen aan de Nieuwstad elf stenen leggen voor een gezin met kinderen en pleegkinderen. De financiering is nog niet helemaal rond. Gulle gevers gezocht.

De Stolpersteine, kleine gedenkstenen in de stoep, zijn voor het Joodse gezin Weijel-Kastan. Ze woonden in de Van Tilstraat, die nu niet meer bestaat. Het gezin en medebewoners zijn vermoord in Auschwitz en Sobibor. Menno Tamminga, bekend van het boek over De Hoven in de bezettingstijd en ‘Meneer, het is oorlog!’, heeft de familiegeschiedenis uitgezocht.

Waarom? Tamminga: “Ik heb jaren geleden voor een nabestaande in kaart gebracht wat er in de bezettingstijd was gebeurd met de 33 leden van de Joodse jeugdvereniging Libie Bamizrach. Dat betekent: het licht is in het oosten. Toen viel me op dat er twee leden waren met verschillende achternamen en als adres de Van Tilstraat. Maar ze heetten geen Weijel, zoals de hoofdbewoner. Ik dacht: dat moet ik nog eens uitzoeken.”

Stenen voor pleeggezin van Philip en Esther Weijel

In de jaren dertig heeft Philip Weijel met zijn vader een runderslagerij aan de Nieuwstad. Nadat zijn vader in 1936 is overleden, zet Philip de zaak voort. Zijn moeder, nu de weduwe Elisabeth Weijel, blijft boven de winkel wonen. Zij verhuurt ook kamers.

Pleegkinderen

In 1938 verhuizen Philip en zijn vrouw Esther naar de Van Tilstraat. Ze hebben dan al twee kinderen, Meijer en Sallie, en de derde, Anneke, is op komst. Vanuit hun huis hebben ze zicht op de slagerij. De woning heeft zes kamers, waardoor er ruimte is voor verdere gezinsuitbreiding: pleegkinderen. Ze vangen onder meer zogeheten ‘moeilijke’ kinderen op. De eerste zijn Appie (9 jaar) en Leo (12) uit Amsterdam. In 1939 volgen Levie (16) en Herman (14).

Nog voor de oorlog uitbreekt, wordt Philip gemobiliseerd. Esther weet niet waar haar man verblijft. Na de Duitse inval en het bombardement op Rotterdam vindt ze hem ongedeerd terug. Aan het einde van 1940 nemen Philip en Esther nog een kind onder hun hoede, Klaus. Deze 8-jarige Duitse jongen heeft dan al bijna twee jaar door Nederland gezworven, van het ene opvanghuis naar het andere.

Razzia

In de loop van 1941 neemt de angst in de Joodse gemeenschap toe. Iedereen heeft gehoord van de razzia in Amsterdam. Honderden Joodse mannen zijn opgepakt en vermoord in concentratiekamp Mauthausen. Philip en Esther vangen een tweede Duitse jongen op, Gerd (11 jaar). Levie keert in die tijd terug naar Amsterdam, waar hij in 1942 wordt opgepakt en nog datzelfde jaar in Auschwitz wordt omgebracht. Ook Philip Weijel wordt in 1942 opgepakt. Hij is via Kamp Amersfoort en Kamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd, waar hij dwangarbeid moet verrichten. Daaraan is hij bezweken, 35 jaar oud.

We weten niet wat Esther wist van het lot van haar man. Zij staat er nu alleen voor, met zeven kinderen. In februari 1943 moet ze op last van de bezetter verhuizen naar Amsterdam. Haar schoonmoeder Elisabeth gaat mee. Lang hebben ze er niet gewoond. Op 18 mei worden Appie en Leo weggevoerd, op 11 juli zijn Esther, haar drie kinderen en Elisabeth uit huis gehaald. Allemaal zijn ze in Sobibor vermoord. Ook de pleegkinderen Klaus en Gerd overleven de oorlog niet. Herman wel. Hij is van het ene kamp naar het andere gesleept en uiteindelijk in april 1945 in Dachau bevrijd door het Amerikaanse leger. Herman is dan nog geen 20 jaar.

Boekje

Stolpersteine Zutphen wil op 14 april 2027 elf stenen leggen. Voor Philip en Esther Weijel en hun drie kinderen. Voor hun vier pleegkinderen die meegingen naar Amsterdam. Voor Elisabeth Weijel en een van haar huursters. Bijdragen voor deze stenen zijn zeer welkom op rekeningnummer NL 46 RABO 0375 3684 69, ten name van Stolpersteine Stichting Zutphen. Als er voldoende geld binnenkomt, wil de organisatie er – naast de stenen – ook een boekje met het uitgebreide verhaal van Menno Tamminga over de familie Weijel van bekostigen.