Columns

KERMIS(SER)

Vorige week per ongeluk een klein internetrelletje veroorzaakt. Ik had een oproepje gedaan voor tijdens het Klompenfeest. Die gozers en gozerinnen hadden namelijk bedacht dat het een mirakels goed idee was om op het Dorpsplein, waar normaliter een heerlijk feest plaatsvindt, de kermisattracties neer te mieteren. Gevolg: één van de horecagelegenheden in Twello werd volledig buitenspel gezet. Ik schreef een klein Facebookpostje en riep mensen op om juist bij dat café een borreltje te kopen. Gewoon, lief. Nou, er was niet alleen meer kermis voor de deur bij het café! Ook in de telefoon van juffie Kruit was het een wilde kermis aan reacties. De organisatie van het Klompenfeest kwam een dag later met een reactie. Dat het écht niet anders kon en dat ze altijd open stonden voor een tegengeluid of kritiek. Vervolgens stonden de reacties onder de post wel uit – dan heb je humor als organisatie.
Volgens mij moet je als gemeente jezelf ook eens achter de oren krabbelen. Wat is nou precies het idee van een dorpsfeest? Dat moet toch ontmoeten, gezelligheid en pret zijn? Geen steekincidenten, gigantische Boosterapparaten bij de Appie en idioot dure artiesten? De gemeente Voorst stikt van het lokaal talent! Trommel die bands op, ik ken er wel een paar. Gooi ’s avonds lekker DJ Sander er de hele avond neer – die draait Kris Kross, La Fuente en god mag weten wie nog meer er toch allemaal af, joh. Houd dat geld in de knip, deel bij basisscholen gratis muntjes uit voor een rondje draaimolen of botsauto’s en zorg dat iedereen mee kan doen. Daar gaat het namelijk om – niet alleen als ondernemer moet je kunnen genieten van een dorpsfeest; iederéén moet pret hebben bij zoiets. En dan als reactie zeggen ‘dat de horeca gelukkig nog 361 dagen per jaar kan vlammen’. Houd toch op. Zo een Klompenfeest, dáár moet het geld verdiend worden! Zo een opmerking is tekenend voor die KIompencommissie. Dat is een topsporter tijdens een verliezend wereldkampioenschap zeggen ‘dat hij de andere 364 dagen weer kans maakt om te winnen’. Nee, het moet dán gebeuren.
Men moet terug naar de essentie. Een gezellige braderie, een leuke kermis en een mooi feest. De kermis vindt nu niet op de juiste plek plaats – letterlijk én figuurlijk.