Sport
STEDENDRIEHOEK – Een medaille is natuurlijk hét aandenken van een topsporter aan zijn of haar olympische prestatie. In de zomer van 2024 bevatten de medailles die tijdens de Spelen in Parijs werden uitgereikt een minuscuul fragmentje van de Eiffeltoren. Kort na het evenement kwamen er klachten van sporters: met name de bronzen medailles corrodeerden snel. Kwam het door dat stukje Eiffeltoren? Nee, bij nader inzien niet. Er was een productiefout gemaakt, het beschermlaagje was niet goed aangebracht. Dit werd meteen recht gezet: sporters kregen een nieuwe medaille.
Er komt gelukkig snel een herkansing voor het IOC: de Winterspelen in Milaan komen eraan! Na de Zomerspelen hoeft men altijd maar anderhalf jaar te wachten op de volgende Olympische Spelen, door het seizoenverschil. Als de Spelen in Milaan voorbij zijn moeten we weer 2,5 jaar geduld hebben. Lange tijd werden de Olympische Winterspelen en Zomerspelen eens in de vier jaar gehouden in hetzelfde jaar. In 1992 gebeurde dit voor het laatst. Daarna zijn beide uit elkaar gehaald, waardoor dit iconische sportevenement meer gespreid in de tijd wordt aangeboden aan het wereldpubliek.
Historie
We duiken even kort in de historie. De oorsprong van de Olympische Spelen ligt, de naam zegt het eigenlijk al, in het Griekse Olympia. In de klassieke Oudheid werden hier sportwedstrijden georganiseerd. Tot op de dag van vandaag is Olympia de plek waar het Olympische Vuur wordt aangestoken. De vlam wordt overgedragen aan het gastland en maakt daarna een tocht door dit land (in 2026 Italíë) en eindigt in de speelstad (Milaan). De Olympische Spelen zoals we ze nu kennen werden geboren in 1896. Je zou het een wedergeboorte kunnen noemen, een herontdekking van de sport lange tijd na de Klassieke Oudheid. Sport kwam opnieuw in de belangstelling te staan en heeft zich in de loop van de 20ste eeuw ontwikkeld van vrijetijdverdrijf voor de elite tot een meer volkse aangelegenheid.
Nederland schaatsland
Winterspelen in aantocht: waar zijn we als Nederland goed in? Het antwoord laat zich raden: wij zijn van nature een schaatsland. Dat is volkomen logisch gezien ons vlakke landschap en de overvloedige aanwezigheid van oppervlaktewater in de vorm van talrijke slootjes, vijvers, blank staande weilanden en grotere plassen. Vroeger waren onze winters bovendien een stuk kouder dan nu. Er werd bijna iedere winter geschaatst in ons kikkerlandje. Dit kweekte vanzelfsprekend ook nieuw talent, soms leidend naar grote successen.
In 1968 was het Ans Schut die historie schreef voor de Nederlandse schaatssport. Op de Olympische Winterspelen van Grenoble behaalde zij goud op de 3.000 meter, wat destijds de langste afstand was voor vrouwen. Ans is afgelopen november op 80-jarige leeftijd overleden. Zij was de moeder van Frank en Jacqueline Boekema, de huidige directie van deze krant. De schaatstraditie wordt ook vandaag de dag nog voortgezet in de krantenfamilie, met een nieuwe generatie: de kleinkinderen van Ans, die actief zijn op het ijs van Heerenveen.
Een ander groot Nederlands schaatstalent, van een andere generatie, is Rintje Ritsma. In de jaren 90 wedijverde hij geregeld met de Noor Johann Olav Koss om het goud, wat garant stond voor spannende topsport. Anno 2026 is Ritsma als bondscoach van de schaatsploeg actief in Milaan. Deze ploeg telt 9 vrouwen en 9 mannen op de lange baan. Eind december waren de deelnemers bekend, na het OKT in Heerenveen en een ingewikkelde matrix met ook een paar aanwijsplekken. Ook is Nederland actief in het shorttrack, net een andere tak van schaatssport, met ook daar medaillekansen voor ons land.
On-Nederlandse sporten
En dan zijn er al die andere, op het eerste oog on-Nederlandse sporten, die tegenwoordig soms ook door Nederlanders worden beoefend. Ze vormen een rijke waaier van spelen in een witte wereld. Uiteenlopend van de concentratiesport curling, dat nieuw was rond de eeuwwisseling maar inmiddels een vanzelfsprekend onderdeel is, tot het razendsnelle ijshockey waarbij de puck soms nauwelijks te volgen is voor een ongeoefend oog. Er is natuurlijk ‘koning bobslee’, met ook Nederlandse inbreng en de sport skeleton waarbij een ander soort slee wordt gebruikt op een razendsnelle baan. Onze hoop is daarbij gericht op Kimberley Bos, die nog niet aan haar piek zit. Er zijn meerdere nummers in het skiën, denk aan het alpineskiën: onder andere de slalom en de reuzenslalom, en aan de andere kant van het spectrum het veel rustigere langlaufen.
Dit is slechts een greep uit wat er te zien is bij de NPO in februari, bekijkt u het programma en de namen van de Nederlandse deelnemers eens. De kijker kan zich van 6 februari tot en met 22 februari na vier jaar wachten weer heerlijk onderdompelen in die wintersfeer met een rijke variatie aan competitieve sport. Is meedoen belangrijker dan winnen? Iedereen kent deze slagzin in de context van de Olympische Spelen. Maar de sporters die straks hun krachten gaan meten in Milaan zullen lak hebben aan dat motto. Zij willen winnen!
Bekijk het programma op: www.teamnl.org/milaan2026