Sport

Alfons Sampsted: IJslander met Deventers karakter

Ga er maar aan staan. Mats Deijl, jarenlang aanvoerder en bekerwinnaar, vertrekt naar Feyenoord en jij wordt gehaald als nieuwe rechtsback. Maar Alfons Sampsted is niet gekomen om de nieuwe Mats Deijl te worden, maar om de rol op zijn eigen manier in te vullen: met strijdlust, kracht én de nodige ervaring. “Je moet jezelf altijd blijven pushen.”

Het is mooi om te zien. Waar sommige nieuwe spelers even de tijd nodig hebben om hun draai te vinden bij hun nieuwe club, loopt Alfons Sampsted rond in De Adelaarshorst alsof hij al jaren bij Go Ahead onder contract staat. Hij maakt een praatje met de grasmeester, loopt lachend over het stadionterrein en lijkt vooralsnog naadloos te passen binnen de club. Het moet gezegd: hij speelde al een jaar of twee in Enschede, wat het integreren in de lage landen een stukje makkelijker maakt. “Het is een heel bewuste keuze geweest om weer terug naar Nederland te komen”, vertelt Alfons dan ook. “Het leven is hier erg fijn en ik zie mezelf hier echt wel een tijdje wonen met m’n gezin. Het vooroordeel dat Nederlanders directer zijn dan mensen uit andere landen, klopt wel. Maar heel eerlijk: ik vind dat eigenlijk alleen maar mooi. Je weet meteen waar je aan toe bent. Als iemand hier iets tegen je zegt, dan zegt hij gewoon wat-ie denkt. Dat komt recht uit het hart. Dat is wel wat minder in IJsland, hoor. Ik vind IJsland een prachtig land en mijn hele familie woont daar. Maar of ik het mis? Niet echt.”

Scandinavische avonturen
Toch opvallend om een IJslander te horen zeggen dat hij zijn thuisland niet mist. Wie wel eens op het eiland is geweest, zal beamen dat er weinig landen zijn waar de omgeving zo adembenemend is als daar. “Het is een geweldig land om te wonen en een heel mooie plek om op te groeien”, vervolgt hij. “Maar als je er woont, realiseer je je misschien niet elke dag hoe bijzonder het eigenlijk is. Dan ga je natuurlijk ook niet iedere week het hele land door of de natuur in. Maar IJsland zal altijd speciaal voor me blijven.” Hij groeit op in Kópavagur, een voorstad van hoofdstad Reykjavik. Daar komt hij in de jeugd te spelen van Breidablik, waar hij in 2015 op zijn zeventiende zijn debuut maakt in het betaalde voetbal. Twee jaar later volgde zijn eerste buitenlandse avontuur; hij vertrok naar Norrköping in Zweden. “Een heel leerzame tijd”, vertelt hij. “Als je op zo’n jonge leeftijd een stap naar het buitenland maakt, is dat erg goed voor je ontwikkeling. Vooral toen ik werd verhuurd aan Landskrona. Sportief zaten zij in zwaar weer en ik denk dat we vier trainers hadden in negen wedstrijden. Dat zegt eigenlijk alles. Maar eigenlijk ben ik heel blij dat ik dat allemaal heb meegemaakt. Je maakt turbulente tijden mee en dat neem je mee naar de rest van je carrière. Het maakt je weerbaar.” Bij Norrköping brak hij nooit door. “Ik zat op een punt in mijn carrière waarop ik dacht: ‘Waar ga ik naartoe? Blijf ik vechten voor mijn plek, of kies ik een andere weg?’. Uiteindelijk kreeg ik de kans om terug te gaan naar Breidablik, en dat is een heel belangrijke keuze geweest.”

Wat heet. Hij werd een belangrijke speler bij zijn cluppie en het leverde hem zijn debuut op in het nationale elftal van IJsland. Maar dat niet alleen; ook een schitterende transfer naar Bodø/Glimt. “Een fantastische periode”, zegt Alfons trots. “In de drie seizoenen dat ik in Noorwegen speelde, werden we twee keer landskampioen en één keer tweede. We speelden in Europa tegen teams als Arsenal, AS Roma en PSV. Dat zijn onvergetelijke herinneringen.” Bodø/Glimt gooide dit seizoen hoge ogen in de Champions League met een aantal dezelfde spelers als met wie Sampsted speelde én met dezelfde coach: Kjetil Knutsen. “Ik denk niet dat er een groot geheim is waarom Bodø het al jaren zo goed doet. Maar wat me toen opviel, is dat de club heel goed kijkt naar prestaties en ontwikkeling en zich niet blindstaart op de resultaten. Over een lange periode wil de club steeds beter worden; de resultaten volgen dan vanzelf. De coach bepaalt daarin de standaarden binnen de club en bovendien is het binnen zo’n proces heel belangrijk dat de coach voor langere tijd blijft. Het is schitterend om te zien dat ze het zó goed doen, ook omdat ik nog met een aantal jongens contact heb. Bijvoorbeeld met Nikita Haikin, de doelman. We spreken elkaar nog erg veel en ik was zelfs zijn getuige op zijn bruiloft.”

Toeval?
Na zijn Noorse avontuur kwam hij terecht bij FC Twente, waarna hij werd verhuurd aan Birmingham City. Ook dát was een speciale periode voor Alfons, zowel op als naast het veld. Sportief draaide Birmingham een historisch seizoen waarin het maar liefst 111 punten haalde in de League One. Dit is het hoogste aantal dat een club ooit haalde in een seizoen in de hoogste vier Engelse voetbalniveaus. “Wát een jaar was dat.” Alfons begint te glimlachen. “Birmingham is een heel grote club en het stadion zat elke wedstrijd vol. Je voelde echt hoeveel het voor de supporters betekende.” Het was ook op een ander vlak een bijzonder seizoen voor Sampsted. Hij ging namelijk samenspelen met zijn jeugdvriend Willum Willumsson. “We kennen elkaar eigenlijk al sinds we vier of vijf jaar oud zijn”, vertelt hij. “We groeiden op in dezelfde omgeving en zijn altijd vrienden gebleven.” Het weerzien met Willumsson was puur toeval. “Tijdens het gesprek met de manager en de technisch directeur vertelden ze dat er nog een IJslandse speler in de selectie zou komen, en dat dat misschien fijn voor mij zou zijn. Toen ze zijn naam zeiden, zei ik meteen: ‘Ja, natuurlijk ken ik hem. Hij is één van mijn beste vrienden.’ Ze hadden geen idee dat we zo’n goede vrienden waren.” De aanwezigheid van Willumsson had geen doorslaggevende factor in zijn komst naar Birmingham, maar: “Als je weet dat één van je beste vrienden al in de ploeg zit, dan weet je dat het op sociaal gebied wel goed komt. Je hebt meteen iemand bij wie je terechtkunt. Dat maakt de stap naar een nieuwe club altijd makkelijker. Het maakte die periode voor mij wel extra speciaal.”

Over toeval gesproken… Op een bepaald moment (nog voor zijn tijd in Birmingham) was Alfons in Londen, een trip die zijn leven veranderde. “Ik was bij familie op bezoek en daar was ook een vrouw die ik kende van vroeger”, vertelt hij. “En dat is nu mijn vriendin! Het is heel toevallig allemaal. Mijn vriendin en ik komen allebei uit dezelfde stad in IJsland, maar we kenden elkaar eigenlijk niet echt. We hadden een beetje dezelfde vrienden, meer niet. We besloten een keer af te spreken in Londen en van het één kwam het ander. Eerst hadden we een langeafstandsrelatie, maar later verhuisde ik naar Birmingham en vanaf dat moment gingen we samenwonen.” Binnenkort wordt het nóg gezelliger in huize Sampsted. “In de zomer verwachten we ons eerste kindje”, glundert Alfons. “Ik vind het super bijzonder.”

Professionaliteit
In de winterstop tekende de rechtsback bij Go Ahead Eagles, waarna hij vervolgens in Volendam zijn debuut maakte in het rood-geel. Het bleek een valse start. Na ruim een uur ontving hij zijn tweede gele kaart en zo eindigde zijn debuut in een deceptie. “Het was natuurlijk geen ideale start. Als ik er nu op terugkijk, kwam die rode kaart waarschijnlijk omdat ik te graag wilde. Maar de knop ging snel om. In de wedstrijd erna scoorde ik een doelpunt, dat was een mooie opsteker.” Het typeert de mindset van de IJslander. Het is niet voor niets dat onder het social media-bericht van Birmingham City, waarin stond dat Sampsted vertrok naar Go Ahead, de Birmingham-supporters niets dan lof hadden voor de rechtsachter. “Ik denk dat de supporters mijn speelstijl waarderen. Ik werk hard, speel eerlijk en ik ben een teamspeler. Voor mij staat het team altijd boven mijn eigen prestaties.” Dit hoor je vaak spelers wat geforceerd zeggen, maar bij Sampsted klinkt het echt gemeend. “Je moet jezelf altijd blijven pushen om beter te worden, voor jezelf en voor het team. Ook op trainingen en ook als je weet dat je misschien niet in de basis staat. Want het is makkelijk om professioneel te zijn als je speelt en alles goed gaat. Maar de echte uitdaging is om professioneel te blijven wanneer je niet speelt.”

Alfons voelt zich bevoorrecht om profvoetballer te zijn. “Hoe vaak krijg je in het leven dat duizenden mensen je energie geven? Dat is echt iets heel bijzonders. Dat is misschien wel wat ik het meest zal gaan missen als ik ooit stop.” In die zin heeft hij een goede club uitgekozen, vindt hij zelf: “De supporters hier zijn erg luid en ze leven enorm mee. Als speler geeft dat zoveel energie. Soms maak je een fout of pass je verkeerd, maar als je de energie van het publiek voelt, kun je meteen resetten en doorgaan.” Alfons Sampsted is geen Mats Deijl, en dat hoeft ook niet. Maar met zijn aimabele karakter, tomeloze inzet en kwaliteiten op het veld kan hij in potentie een heel geliefde speler worden in Deventer. Die jongen past hier wel.