Columns
Peter van den Boom
‘Kijk’, sprak mijn vriend, terwijl hij langzaam afremde, ‘hier zijn ze al aan het bouwen.’ Al fietsend maar vooral pratend reden we weer eens door zijn grote stad en ongemerkt moesten we te vroeg zijn afgeslagen. Want toen ik eens goed om me heen keek, drong het opeens tot me door. Ik kende deze straat helemaal niet. We stopten zonder te kijken midden op straat. Het trof dat er geen ander verkeer was. Dat het een wegdek was met kuilen vol regenwater, hoopjes wit zand en bergen met stenen hielp vast. Rechts van ons was een compleet woonblok verdwenen, alsof een reuzenhand van boven het rigoureus uit de wijk had opgepakt. Links stond dus al de nieuwbouw in de steigers. In kleuren die nogal detoneerden met de nog zichtbare klassieke woonblokken daarachter, die blijkbaar nog even mochten blijven staan. Geelgehelmde bouwvakkers schreeuwden instructies naar een kraanmachinist die een pallet met spierwitte stenen netjes op het dak probeerde te manoeuvreren.
‘Renovatie was zeker geen optie?’ probeerde ik voorzichtig. ‘De woningbouwvereniging vond dat inderdaad veel te duur. Bovendien hadden deze woningen energielabel F of erger’. En dus moesten de bewoners hun huis uit, bedacht ik, én hun buurt die nog niet zo lang geleden een zorgvuldig uitgedachte en gebouwde wijk was waarin alle woonblokken gezamenlijk een architectonische eenheid vormden.
‘Da’s lekker dan, mogen ze wel terugkeren? ‘Jawel, maar de huur gaat wel flink omhoog, met 30% of zo.’ Daar gaat je gespaarde energiewinst, mokte ik inwendig. Planologen die bedenken dat huizenblokken compleet gesloopt en opnieuw moeten worden opgebouwd wonen daar zelf natuurlijk nooit. Anders haalde je bewoners die er hun hele leven hebben doorgebracht niet uit hun zorgvuldig opgebouwde sociale context. En laat je ze weer terugkeren in een compleet nieuwe wijk. Vol rare, moderne woningen met onbekende snufjes, vreemde buren en torenhoge huren. De enige partij die hierbij wint is de verhuurder die er een kek verdienmodel op los heeft kunnen laten. Zo verkloot je het sociale weefsel van complete stadswijken. En straks weer klagen dat de bewoners zo ontheemd zijn dat ze raar gedrag gaan vertonen, mopperde ik nog even door, terwijl we ons weer in gang trokken. Achter ons begon een dieplader steeds harder te brommen, net zolang totdat we de straat uitreden. De vooruitgang schoof ons simpel aan de kant.