Columns

Boekenbal aan de IJssel

We hadden ons al weken van tevoren verheugd op onze aanwezigheid bij het Boekenbal. Nee, niet die Amsterdamse variant met hijgerige persmuskieten in de nek van door limousines afgeleverde bezoekers die over de rode loper naar binnen drentelden. Maar de meer down to earth-versie in ons eigen Deventer. Waar je je fiets nog gewoon vlak voor de ingang kunt parkeren – wel stevig op slot, mind you – en je je jas bij een al volgehangen haakje moet proppen. Vorig jaar hadden we voor de allereerste Boekenbal-editie net naast de kaarten gegrepen, maar nu waren we er op tijd bij geweest.
Afijn, jasloos zweefden we de trap op naar het literatuurwalhalla van deze avond. Helaas deed dat ene wat lullige boekenkraampje, waar de meest recente en succesvolle boeken van alle aanwezige auteurs alvast hoog lagen opgetast, toch wat afbreuk aan onze jubelstemming.
Eenmaal binnen in de theaterzaal mocht je helemaal zelf een mooi plaatsje uitzoeken. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig. De bestsellende auteurs werden beurtelings op het knusse podium met enige egards aan de tand gevoeld. We kregen fraaie inkijkjes in hun zeer van elkaar verschillende worstelingen met het schrijfproces. De één schreef namelijk succesvolle thrillers na werktijd, de ander zat 18 uur per dag achter de laptop maar deed alsnog 6 jaar over het voltooien van een vuistdikke – dat wel – roman.
De band van dienst die de avond omlijstte, was erg jong en speelde vooral hele oude nummers. Ik bedoel, toen ik nog adolesceerde was Anneke Grönlohs Brandend Zand al heel erg belegen, maar deze muzikanten hadden er alsnog geen enkele moeite mee. De dansvloer ook niet trouwens. En nee, er liepen deze avond gelukkig ook behoorlijk wat jongere mensen rond.
In de signeerrij met de nieuwste roman van Pieter Waterdrinker in de ene hand en een glas in de andere vroeg ik me alvast af of deze schrijver, die vorig jaar maar liefst twee boeken had afgescheiden, nu een welverdiende sabbatical kon nemen. Maar nee, antwoordde hij terwijl hij zijn zwierige handtekening in mijn exemplaar zette, hij ontvangt straks ook alleen maar AOW. Dus hij was alweer begonnen met schrijven. Toen we aan het einde van de zeer geslaagde avond de trap weer afdaalden bleef er een licht schuldgevoel hangen. Had ik toch niet meer boeken moeten kopen?