Algemeen
DEVENTER – Wie Lars Wijnhoud (1975) ontmoet, maakt kennis met een enthousiaste en bevlogen bestuurder. Hij is sinds 2023 wethouder met onder meer ruimtelijke ontwikkeling, Wmo, participatie, gebiedsontwikkeling en wijk- en dorpsgericht werken in de portefeuille. Dagelijks beweegt hij zich tussen de ‘harde’ kant van stenen en bouwen en de ‘zachte’ kant van zorg en ondersteuning, zoals hij dat noemt. “Dat is voortdurend schakelen, maar juist die combinatie maakt dit werk zo ontzettend boeiend.”
We spreken Wijnhoud in zijn fraaie werkkamer met uitzicht op de Lebuïnuskerk. Trots wijst hij op een foto van zijn grootouders, samen op het bordes van het Deventer stadhuis, gemaakt tijdens de trouwdag van een oom en tante. “Ik ben in Eindhoven geboren, maar kom uit een echte Deventer familie. Als kind kwam ik hier al veel, bij opa en oma, en op mijn negende verhuisden we naar Twello. Ik zat op het voormalige Alexander Hegius (nu Etty Hillesum) en volgde een hbo-opleiding bij Saxion. Deventer was dus altijd al míjn stad.”
Van commerciële carrière naar politiek bestuur
Na zijn opleiding aan Saxion vertrok Wijnhoud naar Amsterdam, waar hij twintig jaar bleef. “Ik werkte bij kredietbeoordelaar Graydon in een commerciële functie. Mooie jaren, maar Amsterdam werd me op een gegeven moment te druk. Toen ik in 2019 een appartement in het historische centrum van Deventer kon kopen, was de keuze snel gemaakt. Ik voelde direct: dit is thuiskomen.” Kort daarna brak corona uit. “Ik kende hier nog bijna niemand. De politiek had altijd al mijn interesse, dus om nieuwe mensen te ontmoeten ging ik buurten bij verschillende partijen.” Een buurvrouw, gemeenteraadslid voor Gemeentebelang, nodigde hem uit voor een bijeenkomst. “Zo rolde ik langzaam de lokale politiek in.”
Tijdens de voorbereidingen op de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 liep hij een dag mee met wethouder Liesbeth Grijsen. “Ik dacht er natuurlijk geen seconde aan dat ik haar ooit zou gaan opvolgen. Maar de diversiteit van het werk sprak me direct enorm aan.” Politiek voelde hij zich het meest verwant met Gemeentebelang en hij kwam op plek tien van de lijst terecht. Hij kreeg tot zijn verrassing zestig voorkeurstemmen, maar kwam daarmee net niet in de raad. “Uiteindelijk werd ik raadsopvolger. Dan zit je overal bij, maar zonder stemrecht.” Ruim een jaar later, in juni 2023, veranderde opeens alles. “Liesbeth vertelde dat ze hoogstwaarschijnlijk gedeputeerde zou worden voor de provincie Overijssel. Tijdens een korte vakantie belde de partijvoorzitter: of ik haar wilde opvolgen? Ik was hogelijk verbaasd. Maar iedereen zei: als je dit wil, moet je deze kans niet laten lopen.”
Eerste intense weken
De eerste weken als wethouder waren intens. “Tijdens mijn eerste werkdag vond ik mezelf terug in een overleg met twee andere wethouders en nog eens veertien collega’s. Toen dacht ik even: help, waar ben ik in beland?” Toch vond hij al snel zijn draai, mede dankzij de ondersteuning om hem heen. “Zonder mijn staf had ik het niet gered.” Al in week vijf moest hij het woningproject op het voormalige Roto Smeets-terrein door de gemeenteraad loodsen. “Een pittige klus, maar het ging goed.”
Met een glimlach: “Pas na zo’n anderhalf jaar begin je echt te begrijpen hoe de dingen hier werken. Dit vak is zó veelzijdig. Je bent wethouder voor alle Deventenaren, maar je hebt ook te maken met het college, een coalitieakkoord, je eigen partij, andere raadsfracties, ambtenaren én natuurlijk inwoners. Iedereen heeft z’n eigen belangen. Maar ik denk dat ik er inmiddels aardig mijn weg in kan vinden.”
Bouwen buiten en in de stad
Als wethouder voor ruimtelijke ontwikkeling staat Wijnhoud voor een enorme opgave: Deventer wil tot 2035 ongeveer 11.000 woningen bouwen. “Binnenstedelijk bouwen heeft onze voorkeur, maar dat brengt grote uitdagingen met zich mee. Kijk naar het Havenkwartier: het Haveneiland is een prachtige plek om te wonen, maar er zitten ook nog bedrijven die we eerst moeten herhuisvesten.” In Deventer heeft hij te maken met gebiedsontwikkelingen als De Kien inclusief de kop van de Handelskade, het voormalige Senzoraterrein en het Sluiskwartier. “Neem de Roto Smeetslocatie, zes hectare, goed voor zo’n 700 woningen. Door het overlijden van mede-eigenaar Kees Vierhouten liep het ontwikkelingsproces onvoorziene vertraging op. Maar ik hoop dat in 2027 de eerste schop de grond in kan.”
Balanceren met belangen
Die grote woningbouwopgave betekent ook moeilijke keuzes maken. Deventer hanteert de 30-40-30-regel: 30% sociaal, 40% betaalbaar en 30% duurder bouwen. “Bouwers willen vaak net een andere mix, snap ik, maar dit is onze ondergrens. We willen bouwen voor álle doelgroepen en tegelijkertijd het voorzieningenniveau op peil houden, dat is niet overal goed gegaan.” NIMBY- of NIVEA-gedrag (‘niet in voor- en achtertuin’) is daarbij een constante factor. “Iedereen wil meer woningen, maar niet pal naast de eigen deur. Dat blijft een spanningsveld.” Ook buiten de stad spelen zorgen, bijvoorbeeld in Schalkhaar: groeit het dorp niet vast aan de stad? “Ik begrijp die gevoelens. Maar de ruimte is schaars. De fraaie landgoederenzone om de stad willen we ook intact houden.”
Daarnaast kijkt Deventer – noodgedwongen – ook over de IJssel. “Voorst is daar niet gelukkig mee, en dat snap ik ook. Maar binnen de Stedendriehoek moeten we samen 40.000 woningen realiseren. Die moeten ergens komen. Als wij onze bijdrage serieus willen nemen, moeten we ook de benodigde infrastructuur opschalen. Misschien is daarvoor een derde IJsselbrug nodig. Die kunnen we overigens zelf nooit betalen, dus dat vraagt weer om steun van het Rijk.”
Bewoners serieus nemen
Bewonersparticipatie is ook een belangrijk thema voor Wijnhoud. “Bij nieuwe bouwprojecten moeten ontwikkelaars zélf het gesprek met de omgeving voeren. Afgelopen week in Bathmen zag ik een voorbeeldige bijeenkomst van bouwer Ter Steege voor de bouwlocatie aan de Woertmansweg. Mensen meenemen, keukentafelgesprekken voeren, dat scheelt enorm in de weerstand. Bewoners willen zich serieus genomen voelen.” Hij probeert daarbij ook ruimte te geven aan voorstanders van nieuwe projecten. “Tegenstanders laten zich toch wel horen. Voorstanders minder snel. Maar die zijn er ook.”
Knelpunt station Deventer
Een ander dossier dat regionaal speelt, is het NS-station. “We hebben echt een vierde perron nodig. Nu moeten twee treinen in de spits één perron delen. Dat levert korte, propvolle treinen op. Ook dit willen we in Stedendriehoekverband oppakken. Apeldoorn heeft nu twee grote woningbouwlocaties gekregen en steunt daarom ook onze wens voor uitbreiding van het station.”
De ‘zachte’ kant
Naast de ruimtelijke dossiers valt ook de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) onder zijn verantwoordelijkheid. Voor Wijnhoud is dit even belangrijk als het bebouwen van nieuwe locaties. “Hier draait het onder meer om het zorgen voor toekomstbestendige wijken, we vergrijzen immers enorm, en ervoor zorgen dat mensen de ondersteuning krijgen die ze nodig hebben. De Voor Elkaar-teams in de wijken en de dorpsondersteuner in Bathmen zijn hierin heel belangrijk. Alles bij elkaar kun je zeggen dat ik de helikopterview wil over alle lopende projecten: gaat alles goed, waar schuurt het, waar moeten we ingrijpen?”
Ambities voor de toekomst
Er komen nieuwe gemeenteraadsverkiezingen aan. Of hij na deze termijn doorgaat? “Dat is aan de kiezer. Maar als ik eerlijk ben: ik zou het heel leuk vinden.” Wat hem drijft, is zichtbaar resultaat. “Ik wil als ik tachtig ben – dit jaar word ik vijftig – en door deze stad loop kunnen zeggen: kijk, dát project hebben we destijds samen neergezet. De Kien, het Sluiskwartier, het Roto Smeets-terrein. Dat waren investeringen in de toekomst van Deventer. En ik heb de smaak te pakken, dat straal ik volgens mij ook wel uit.”